Blog Image

Celeste Lupus

Over dit weblog

Celeste Lupus schrijft over: literatuur, politiek, filosofie, recht, economie en wetenschap.

Een mystificatie?

Literatuur Posted on Sun, February 01, 2026 18:49:11

In de prehistorie werden mannen aangelokt door ronde billen en vrouwen bruut van achteren genomen, zo begrijp ik uit het boek ‘De naakte aap’ van Desmond Morris. Maar vrouwen zijn slimmer dan je denkt. Dat wilden ze niet langer en ontwikkelden zachte ronde borsten op een plek zoals bij geen andere levende schepping is terug te vinden. De voortplanting werd zo een stuk comfortabeler.

De Kringkrant (nummer 8, oktober 2025) scoort met een verhaal van Martha Visser die ook zoiets wil. Want met de huidige stand van zaken gaat het niet langer. Meer dan driekwart van de vrouwen komt niet klaar van penetratieseks. Vrouwen verzetten nog altijd onbetaald werk. Een adellijke snuiter zet ze weg als deeltijdprinsesjes. Teveel mannen beschouwen vrouwen als hun bezit. Wat vrouwen nodig hebben is vrijheid en gelijkwaardigheid. Ze vergeet veiligheid, maar dat spreekt vanzelf natuurlijk.

Ik voel met Martha Visser mee natuurlijk. Toch dacht ik even dat de column een mystificatie van oudbakken feministisch geklaag was. Dat mag je verwachten van een kunstkring die wel in is voor een grap, metaforisch gezwijmel dus. Het boek ‘De gelukkige huisvrouw’ van Heleen van Rooyen wilde ze misschien dunnetjes over doen en het boek ‘De mystieke vrouw’ van Betty Friedan over de hekel halen. Dat is een vierhonderd pagina’s tellende klacht hoe de moderne intelligente jonge vrouw in slavernij leeft. In mijn boek Apollo aan de Seine (Aspekt Soesterberg, derde druk 2020) heb ik aangegeven hoe ze zich daarvan kan bevrijden door dezelfde risico’s te aanvaarden die de man loopt.

Hoe kon ik vaststellen of de column een grap was of niet?

Ik greep terug op een bewijstruc uit de wiskunde, dat een bewering moet worden aangenomen als het niet leidt tot tegenspraak. De veronderstelling van Martha Visser is dat vrouwelijke onlustgevoelens kunnen worden opgelost met politiek maatregelen. En dat leidt tot tegenspraak. Martha Visser geeft het zelf toe.

‘Alsof straatverlichting, apps met noodknoppen en cameracontrole zouden helpen. Meer controle maakt de wereld niet veiliger. Zeker niet voor vrouwen. Wat vrouwen nodig hebben zijn vrijheid en gelijkwaardigheid.’

Ik ging te rade hoe dit probleem dan wel op te lossen. Een vriendin zei ‘die vrouw moet eens lekker gepakt worden’. Ik vroeg of ik dat mocht opschrijven. ‘Ja’, was het antwoord. Ik ging bij mijzelf te rade of dat realiseerbaar was. Dat opschrijven wel natuurlijk, maar het advies? Daarvoor heb je een man nodig, tenminste als je geen hulpmiddelen gebruikt. En als je die niet kunt vinden enzovoorts, u begrijpt het al. Die vriendin vond dat ze niet moest zeuren. Dat zeggen vrouwen altijd als ze iets niet kunnen oplossen. Ik heb vrees dat Martha Visser niet blij is met het advies.

Als het geen mystificatie is maar een oudbakken feministische klacht kan ik niet helpen. Ik zie niet goed hoe in zijn algemeenheid vrouwelijke onlustgevoelens kunnen worden weggenomen met politieke maatregelen. Ik ben bang dat daar de bottleneck van het probleem ligt. Die vrijheid en gelijkwaardigheid kun je niet eisen, maar wel afdwingen.

Misschien dat de techniek een tandje bijspringt door huidcellen te manipuleren in sperma enzovoorts. Anders een aspirientje.



DE PROFUNDIS

Literatuur Posted on Sun, February 01, 2026 18:47:44

Beste lieve begrijpende onbekende,

Als je deze brief leest zal ik er misschien niet meer zijn. Het is een biecht die ik aan niemand anders kwijt kan. Ik heb nooit begrepen waarom ik tot leven ben gewekt. Tot troost, ik zal niet de enige zijn. Maar misschien worstel ik meer met die vraag dan anderen.

Het is niet echt slecht gegaan met mij. Er waren gelukkige en ongelukkige tijden. Ongelukkige tijden heb ik weten te overwinnen. Ik heb nooit overwogen voortijdig afscheid te nemen. Ik heb mij er vaak over verbaasd hoe vanzelfsprekend voor anderen het leven schijnt te zijn. Misschien houden ze dat voor zich om niet ongezellig te doen. Ik bewonder hen die het vanzelfsprekend vinden dat er weer een dag komt.

Met de godsdienst heb ik nooit veel op gehad. Ik waardeer de opsmuk die het nodig heeft om gezag te verwerven. Het ene is beter dan het andere en soms ga ik zo’n gebouw binnen. Wat me dan opvalt, is de berusting die er heerst. Ik vraag me af of het eerbied of onmacht is. Misschien is het nog iets anders. Is het een keuze of dwang?

Ik heb daar vaak over nagedacht, over die keuze. Over de noodzakelijkheid van de dingen, wat er om ons heen gebeurt. Dan immers is er geen keuze meer. Het is een beetje als met het gokken. Beroeps gokkers hanteren systemen waar ze in geloven. Ze geloven in de wetmatigheid van het toeval. Ze hanteren een patroon hoe ze moeten inzetten. Zij begrijpen de stille kracht van het listige toeval. Het doet zich voor als toeval om te misleiden. Zij weten beter.

Toch moeten zij eenzaam zijn. Zij geven zich over aan een duistere macht. Soms wordt een stukje aas toegeworpen. Dat moet ook wel want anders valt dat geloof om. Door dat geloof sluiten ze zich af van het idee dat het niet waar kan zijn wat ze denken. Geleerden noemen dat verslaving. Het geloof in de wetmatigheid van het toeval laat geen ruimte voor de vrije loop van je gedachten. Misschien geloven ze dat die vrije loop van je gedachten niet bestaat.

Misschien ben ikzelf ook wel zo’n slachtoffer. Door me bezig te houden met deze zaken. In plaats van het geluk te vinden door je eenvoudigweg te verwonderen. Een heleboel dingen gewoon niet begrijpen. Het is allemaal niet zo eenvoudig als je met alle geweld wijsgerig wilt doen.

Die mensen in de kerk hebben dat goed begrepen. Zij laten dat werk aan anderen over. Ik heb grote bewondering voor die constructie. Het neemt veel zorgen weg. Het bijzondere is, ze hebben overal een antwoord op. Als het verkeerd met je gaat ben je schuldig. Dus dan moet je betalen. Voor de armlastigen is het voldoende om tot inkeer te komen.

Er was ooit een land dat dacht daar zonder te kunnen. Ze zijn op hun schreden teruggekeerd. Eerst hanteerden ze hamer en sikkel. De voorganger slaat nu het kruis. Zou dat in de noodzakelijkheid van de dingen liggen? De ene keer dit en de andere keer dat?

Om aan die noodzakelijkheid te ontsnappen heb ik wat bedacht. Ik beroep mij op Heer Bommel die Tom Poes opdroeg ’verzin een list’. Wat voor grap zou je willen uithalen als je aan de benauwende werkelijkheid wilt ontsnappen? Mik je dan op de punten en komma’s aanbidders? Je beleeft een beetje je eigen carnaval als je de burgemeester voor alles en nog wat mag uitmaken. Het is dan even of het leven er toe doet. In de rechtszaal waar ik beroepshalve verkeerde herinner ik mij een tof wijf dat terecht stond wegens tippelen. Op de eis van de officier die haar berispte voor zedeloos gedrag repliceerde zij: ‘Vannacht sprak je heel anders hoor.’ Kijk dat lucht op.

Het is de dwang die verstikkende dwang die van de preciezen uit gaat. Toch met de rekkelijken is het niet veel beter. Je kunt ze ook de vergoelijkerds noemen. Ik heb het dan over de zachte heelmeesters. Want die laten dat etteren toe. Ze durven niet op te treden.

Het is nu kerstmis met een beetje hoop dat ze even ophouden de ander zijn hersens in te slaan. Maar goochemerds ruiken hun kans. Kerstmis is niet hun pakkie-an, een uitgelezen kans een ander leed toe te voegen en zo slaat de hemel weer de bodem in.

En dan kom ik op die hemel, wie dat bedacht heeft? Sjonge! Klein Duimpje nam papa en mama bij de neus door de weg terug te vinden. Die zou onze wereld het paradijs vinden. Niet alleen mobieltje met gps, maar ook volproprestaurants. Zachte heelmeesters maken er fortuin met maagverkleiningsoperaties.

Sprookjes, dat is het! Daar kun je een draak bedwingen, z’n kop af slaan, je vijand vierendelen zonder bijbedoelingen. In  werkelijkheid is dat anders. Ze schijnen Balthasar Gerards gevierendeeld te hebben. Dan had die onze Willem van Oranje (neen, niet die van nu maar van vroeger) maar geen leed moeten aandoen.

Ik kom op schuld en straf. Bestaat er leed zonder schuld? Ik heb het over ons slavernijverleden. Een seniele geschiedkundige met de naam van een veldheer die het opnam tegen Karel de Vijfde meende zich een oordeel te kunnen vormen. Hij vond het verjaard. Hij wilde niet aansprakelijk gesteld worden voor wat zijn voorvaderen uitgespookt hadden.

Daar had hij een punt. Alleen ik begrijp nooit waarom die Afrikaanse koningen die hun bevolking verkochten voor spiegeltjes en kraaltjes vrijuit gaan. Die hele club daar als we het over vroeger hebben mag ook wel eens bij de les genomen worden in plaats van ze de hand op te laten houden.

Bestaat dat wel rechtvaardigheid. Ik heb teveel deuken in mijn leven opgelopen om dat voetstoots aan te nemen. De één z’n dood is de ander z’n brood. Die wijsheid van vader Cats dacht ik graaft de grond weg onder de voeten van hen die op verkiezingstocht gaan. Heel vroeger kon je gewoon iemand de hersens in slaan. Niemand die er wat van zei. Ze begrepen het. Anders was je er zelf geweest. Geleerden noemen dat natuurrecht. Bij de huidige stand van de techniek hebben ze daar oorlogsrecht van gemaakt.

Om terug te komen op die schuld. Bestaat er schuld zonder straf? Lijkt mij niet. Het lijkt een woordenspel. Je kunt iemand iets verwijten en het er bij laten. Maar schuld gaat verder. Dan moet er iets recht gezet worden. En dat kan alleen door straf. De schuldige moet in het schandblok gezet worden. Dat uiterlijke vertoon werkt kalmerend. Het remt af als je verkeerde gedachten hebt.

Dat klinkt heel logisch lijkt mij. Konden we maar terug naar vroeger. Het stonk er wel veel meer. Met allerlei slimmigheid hebben we schone lucht gekregen dachten we maar niet heus. Ik vraag me af waar gaat dit heen? Is het niet beter in deze sombere tijden de wereld te laten voor wat het is. Je kunt het ook wegkijken noemen, je af te sluiten van de buitenwereld waarmee je even niets te maken wilt hebben.

Zoals in het boek Pride and Prejudice van Jane Austen. In de negentiende eeuw op het Engelse platteland dromen vijf huwbare dochters van de prins op het witte paard. Het is tobben geblazen. Standsverschillen vieren hoogtij. Daar word je op afgerekend. De huwbare dochter weigert een huwelijksaanzoek van zo’n prins op het witte paard wegens niet nagekomen verplichtingen tegenover zijn jeugdvriendje. Dat blijkt een misverstand en het huwelijk slaagt alsnog.

Midden in de tweede wereldoorlog op het buiten van president Roosevelt ligt Winston Churchill wekenlang ziek te bed en wordt uit dat boek voorgelezen door zijn dochter. Te midden van het oorlogsgeweld waarin hij een hoofdrol speelt verzucht hij hoe zo’n wereld heeft kunnen bestaan. Waar waan en eigenwaan het leven beheerst. Hoe je door verdriet en geluk van wat mensen meegesleept wordt en de rest vergeet. Het valt niet mee, maar Churchill geneest.

Het is een beetje zoals het mij vergaat. Je af te zonderen van wat er aan de hand is en je eigen hemel te scheppen met allemaal dingen waar een ander niets aan heeft.

Het wordt me allemaal een beetje teveel.

Ik moet naar de dokter. Want ik raak een beetje de draad kwijt, het wordt me te machtig. Ik denk aan een grap, een kwajongensstreek, dat zal opluchten.

Lieve onbekende, vergeef mij mijn gestamel, tot spoedig.



Les rideaux fermés

Literatuur Posted on Sun, February 01, 2026 18:46:07

Na een succesvolle loopbaan als journalist wreef de gevreesde literatuurcriticus Peter Raub genoegzaam onder zijn ballen. Dat terwijl de verwachtingen die hij ooit gesteld had niet uit gekomen waren. De roman Der Mann ohne Eigenschaften van Robert Musil had hij gespeld en zag er een boodschap in. Voor Der Zauberberg van Thomas Mann ging hij niet opzij. Bij Michel Houellebecq raakte hij de draad kwijt. Het was niet eenvoudig de wellust van deze schrijver te plaatsen op een hoger plan. Uiteindelijk was zijn slotsom dat de man het publiek wist te bereiken.

Het vermogen van grote schrijvers te verhalen over luttele voorvallen in bewoordingen die ieders verbeelding te boven gingen toonde hem de weg die hij had te gaan. Hij wilde dat evenaren of zelfs overtreffen. Maar naarmate de tijd verstreek verbleekte het beeld van de grote belofte die hij van zichzelf had geschapen. Hij wilde niet toegeven dat de grote bezieling uit bleef, hij in een cirkeltje bleef ronddraaien en dat zijn kracht lag in het schoolmeesterdom, iets wat hij eerder als zwakte te kijk had gezet.

Daar kwam nog iets anders bij. Hij schiep dan wel geen grote verwachtingen, maar wist op gevatte toon de ander wel te kleineren als die zoiets in twijfel mocht trekken. Zijn geestesproducten bewaarde hij in een kistje. Hij geloofde altijd nog dat ze later van nut konden blijken. Onder hen die gelijke aspiraties koesterden had hij zich wel een positie weten te verwerven. Zo nu en dan kwamen zij bijeen om hun pennenvruchten te bespreken. Hij voerde daar het hoogste woord wat anderen vooral deed zwijgen. Onder hen was een jongeman die door iemand meegenomen was. Hij heette Miklos en deed zelden zijn mond open. Hij kon hem niet goed plaatsen.

Peter Raub was geslaagd als journalist zonder het grote doel uit het oog te verliezen. Het was een speling van het lot dat waarin hij uitblonk hem niet langer kon bekoren, misschien omdat hij het andere niet wist te bereiken. Zijn ziekelijke nieuwsgierigheid moest zijn geest op slot houden, hij kon niet nalaten tegels te lichten. Dat bleef toch zijn grote kracht, een neus voor zaken die het daglicht niet konden verdragen. Hij was op zijn hoede zijn bronnen prijs te geven. Hij kende een uitvinder die op de welkomstgroet ‘hoe maakt u het?’ steevast antwoordde ‘dat vertel ik u niet want dan maakt u het ook’.

Hij zat op dezelfde lijn. Hij had zijn fortuin gemaakt maar het knaagde. Het tekort wat hij najoeg viel steeds zwaarder. Hij was een broodschrijver geworden wat hij niet had willen zijn.

Miklos was de zoon van de Hongaarse cellist Tibor Alzner, tijdens de opstand in Boedapest in 1956 als baby met zijn moeder gevlucht. Miklos’ grootvader, Matyas Alzner, was secretaris van Imre Nagy en bevriend met Pal Maleter. De Hongaarse opstand hadden zij voorbereid. Het was een goed doordacht plan. De communistische partij konden ze uitschakelen, de politie en het leger op hun hand krijgen. Hun gok was dat het westen te hulp zou schieten, zou ingrijpen als de Sovjet Unie het waagde Hongarije binnen te vallen. De Navo raakte in hoogste graad van paraatheid.

Helaas voor Hongarije viel de opstand samen met een ander geopolitiek conflict, de Suez crisis. De Amerikanen werden erin meegezogen en durfden het verdrag van Potsdam, waarin tegen de zin van Churchill Stalin in Oost-Europa de vrije hand werd gelaten, niet te trotseren. Chroestsjev en Andropov zagen hun kans schoon de opstand neer te slaan, wetende dat het westen gebonden was aan het Suez conflict.

De gevolgen waren rampzalig. Russische tanks trokken Boedapest binnen, vermorzelden alles en iedereen. Een enorme vluchtelingenstroom kwam op gang. Politieke gevangenen, geleerden, schrijvers, kunstenaars, intellectuelen, hadden zich uit de gevangenis kunnen bevrijden, zij vluchtten naar het westen.

Ooit speelde Tibor Alzner in een Frans orkest waar hij Danielle ontmoet had. Miklos was hun enig kind. Later verhuisden ze naar Nederland waar Tibor in een provinciaal orkest kon spelen. Aanvankelijk leek Miklos in de voetstappen van zijn vader te treden en slaagde voor het conservatorium. Maar de pianostudie wilde niet lukken. Steeds vaker dacht hij aan het verhaal over zijn grootvader. Na de beruchte schijnprocessen was die door de Russische bezetter samen met Imre Nagy, Pal Maleter en anderen opgehangen. De muziek zei hem steeds minder.

Met zijn vader had hij gesprekken gehad over Hongarije. Die herinnerde zich daar weinig van. Hij was nog maar een baby toen ze hadden moeten vluchten. Miklos bezocht zijn grootmoeder in haar verzorgingstehuis en vroeg naar haar verleden. Die vertelde over haar man die ze na de opstand niet meer gezien en pas veel later vernomen had dat hij terecht gesteld was. De muziek haar had gered. In Nederland had ze onder haar meisjesnaam Franciska von Zboray pianoles gegeven en Tibor op het conservatorium gedaan.

Franciska keek Miklos droevig, wat meewarig aan. Met Tibor had zij er nooit over gepraat. Hij had nog een heel leven voor zich dat vrij moest blijven van het verdriet waar zij mee worstelde. Maar in Miklos zag zij iets van een wreker. Het gaf haar kracht. Zijn indringende vragen over de lynchpartijen op straat, waar het geknechte volk de verraders dood trapten, deden haar het verleden herleven. De haat was zo hevig, het was de bloedwraak van de gewone man op de giftige communistische terreur.

Toen het westen niet te hulp schoot was alles voor niets geweest. De schijnprocessen tegen de leiders van de revolutie, waaronder Matyas, Miklos’ grootvader, haalden het wereldnieuws. Maar het Hongaarse volk vergoot voor de zoveelste keer bittere tranen na de bijltjesdagen die Moskou verordonneerde en de hoop op genade ter ziele deed gaan.

Miklos kreeg van zijn grootmoeder het dagboek van zijn omgebrachte grootvader. Met de gedachten en de geest van haar geliefde man was het haar kostbaarste bezit. Dat had zij weten te verheimelijken en op haar vlucht mee kunnen nemen.

Het verhaalde over de Russische terreur, over de beraadslagingen met Imre Nagy, hoe keer op keer de staatskas geplunderd werd met schattingen door Moskou opgelegd en hoe de regering daar onderuit probeerde te komen. Met weemoed herinnerde de bevolking zich het Hongaarse leven van voor de oorlog, de boerenfolklore van het platteland, Boedapest een bruisende stad was van cultuur en wetenschap. De vrije markt was vernietigd en had plaats gemaakt voor ondoelmatig gebruik van wat de mensenhand vermag. De schaarse middelen kwamen vooral ten goede aan gunstelingen van Moskou. Het dagboek verhaalde over heimelijke beraadslagingen, hoe het verzet groeide. Over de vriendschappen die ontstonden in de strijd tegen de onderdrukking.

Op een dag bladerde de broodschrijver op internet de berichten door. Zijn oog viel op het volgende.

Aan onze landgenoot Miklos Alzner is in Frankrijk de prestigieuze Prix Goncourt toegekend voor zijn roman ‘Les rideaux fermés’. Het boek verhaalt een familiegeschiedenis voor en tijdens de Hongaarse opstand in 1956. De jury was unaniem in haar oordeel over het uitzonderlijke talent van de schrijver hoe de geest weer te geven van hen die leven onder de terreur, zij toch de kracht vinden zichzelf te blijven, een onderhuidse zuivere moraal weten te bewaren in een tijd waarin iedere dag de laatste kan zijn met de schamele hoop op een betere toekomst. De jonge auteur heeft kunnen putten uit het dagboek van zijn grootvader, Matyas Alzner, secretaris van de Hongaarse premier Imre Nagy die na de opstand door Moskou terecht gesteld werd.

De bevlogen schrijver was verbijsterd. Niemand had dit achter de stille zwijgzame Miklos gezocht. Hij ervoer het als een donderslag. Zijn wereldbeeld stortte ineen. Dit kon niet waar zijn. Het genie dat hij zichzelf toegedacht had werd hem ontnomen. Het was niet eerlijk. Miklos had zijn familiegeschiedenis in de schoot geworpen gekregen. En hij, de bevlogen schrijver, moest het doen met bloemkool en spruitjes van aardse bodem, waar de kruidenierslucht het zicht op iedere hartstocht benam. Nu wist hij waar die uit de lucht gevallen ontdekkingen vandaan kwamen. Het genie was alleen maar toeval. Zoals een koningskind dat op de troon gezet wordt.

Na de eerste verbijstering kwam hij weer wat bij zinnen. Zijn afgunst probeerde hij te compenseren met gespeelde neerbuigendheid. Wat als hij niet zo’n grootvader gehad had? Wat was zijn weerwoord? Wat kon hij doen? Een letterkundige speurtocht naar wat iets tot een succes maakt? Wie had Miklos achter de hand gehad om hem zo in de markt te zetten? Een puissant rijke investeerder?

Hijzelf als criticus had de macht een schrijver te kunnen maken en breken. Dat was zijn positie. Met die zekerheid voelde hij het gemis minder. Maar Miklos was hem ontglipt. Was het plagiaat, afkomstig uit de nalatenschap van een gestorven Hongaarse vluchteling?

Het lukte hem niet weer de draad te vinden waarmee hij zich zeker had gewaand. De jubelende woorden van de kritiek troffen hem iedere dag weer als zweepslagen dat niet wijken wilde maar waar hij met niemand over kon praten. Hoe kon hij die jonge snotneus nog onbevangen de les lezen? Hoe vaak had hij wel niet hem onderricht over stijlfiguren en wat niet al. De gevreesde criticus Peter Raub was het bestaansrecht ontnomen. Jarenlang had hij gezocht naar het ware dat alle andere boeken overbodig maakte. Deze wereld was niet langer zijn podium. Dat was altijd al in nevelen gehuld geweest, had zich er mee verguld dat hij nog niet scherp zag wat hij wilde zeggen.

Waarom had die gesjeesde conservatoriumstudent zijn pad moeten kruisen? Had die bij hem het crème de la crème willen ontdekken? Had hij maar zo’n familiegeschiedenis achter de hand gehad om het ingedutte volk te kunnen laten gluren naar wat zij nooit zouden meemaken, waar de commerciële jongens brood in zagen.

Die succesvolle jonge auteurs, het was hen in de schoot geworpen. Al jong en misbruikt, opgegroeid met de bijbel en toch je mond open gedaan, de prins op het witte paard is niet je ware, mijn moeder ging met de verkeerde, de zwangere stopnaald, het heelal hijgde als een zwangere vrouw. Wat een titels! En daar moest hij wat zinnigs over zeggen om de commerciële jongens het naar de zin te maken.

Op een dag vermelde een internet bericht dat de bekende journalist Peter Raub was gestorven. De postbode had aan de bel getrokken. Hij lag al een paar dagen dood in zijn huis. De gordijnen waren gesloten.



De pendule

Literatuur Posted on Sun, February 01, 2026 18:43:46

Hoe kon hij wedijveren met zijn naamgenoot en grote voorbeeld? Die wist de loop der geschiedenis voor te toveren als een leergang die de mensheid in al zijn onvolmaaktheid moest doormaken. Was het realiteit of prozaïstisch vernuft dat hij liet zien? Als gewoon leraar geschiedenis op een middelbare school brak Johan Huizinga zich het hoofd.

Hoe konden verschijnselen voortgebracht door grote geesten en gewelddadige monsters aan kinderen verklaard worden? Had het zin ze hiermee op te zadelen? Wat was dat historisch besef dat ze bijgebracht moest worden? Jazeker, ze moesten weten wat er aan de hand was. Zonder dat waren ze vatbaar voor indianenverhalen. Oorlogen worden gevoerd om iets uit te vechten. Het gaat dan om geschillen tussen landen, stammen. Het historisch besef zou er toe moeten dienen om te weten aan welke kant je stond. De leeftijdsgrens te kiezen voor de volksvertegenwoordiging werd steeds lager.

Er was een jongen in de klas die de vraag had gesteld of het waar was dat het westen door Rusland bedreigd werd. Wat moest hij hierop antwoorden?

Hoe kon hij uitleggen waarom Rusland Oekraïne wilde veroveren? Er waren boeken over geschreven die je jonge mensen niet kon uitleggen. Waarom moesten zoveel mensenlevens verspild worden door de grillen van een paar despoten? Het soldatendom was verleden tijd. Waarom en wanneer was je bereid als een held te sterven. Als leraar werd er van hem wat verwacht. Kinderen kon je niet aan hun lot overlaten. Wat was beter? Gehoorzaamheid wat kon leiden tot een moordmachine of een twistzieke samenleving dat zich niet kon of wilde verdedigen?

Het was allemaal niet uit te leggen.

Hij had het opgelost door allen in de klas een kans te geven wat hij of zij er van dacht. Er was er één die schouderophalend zei: ‘Nou ja dan leren we Russisch’. Maar de meesten hulden zich in stilzwijgen. En zo was de les geëindigd. Maar had hij niet moeten zeggen dat iedereen zich bedreigd voelde. De Russen zijn bang voor de democratie en Europa is bang voor de Russische beer. Grote broer Amerika is verleden tijd. Die toont zijn zwakte door geld te tellen, terugvalt op achterhaalde bijbelse spreuken, stemmen probeert te winnen door de kerk na te praten.

En nu zat hij met het geschil met zijn zuster Hester. Ze hadden hun vader begraven. Er was de vraag geweest of hij niet gecremeerd had moeten worden. Ze durfden het niet aan, uit eerbied voor hem. Hun moeder leefde nog maar het huwelijk was allang gestrand. Ze hadden wel een kaart gestuurd. Vader Jurriaan was altijd zwaar op de hand geweest. Eigenlijk durfde hij de deur niet uit. Met zijn groentewinkel kon het vriezen of dooien. Ze kochten of ze kochten niet. Op de veiling van hetzelfde laken een pak. Met veel aanbod was de prijs laag, maar kon hij het kwijt? Met weinig aanbod kon je je geld verspelen.

De groentewinkel had opgehouden te bestaan. Niemand zag wat in die vooroorlogse handel.

De nalatenschap hadden ze aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving. Ze waren bang voor lijken in de kast. De huisbaas was blij. Natuurlijk, nu kon hij het pand vrij van huur verkopen. Het enige wat overbleef was de pendule.

Die kwam van tante Koosje, een oudtante zonder kinderen. Het stond eerst in een lege slaapkamer. Misschien omdat ze niet wisten wat ze er mee moesten. Later was er in de familie ruzie toen oom Piet gewaar werd hoeveel het ding waard was. Hij vond dat hij er recht op had. Het werd toen wel in de gang beneden geplaatst.

Nu vader was overleden werd de pendule een probleem. Wie moest het hebben? Hester en Johan waren twee zielen één gedachte. Ze konden zich niet voorstellen het ooit oneens geweest te zijn. Het dwong hen er toe de pendule op te slaan tot zich een oplossing aandiende. Dat duurde tot ze erop gewezen werden welk bedrag ze verspeelden door het niet te laten veilen. Hester was rijk getrouwd en had het niet nodig maar Johan wel. Als leraar geschiedenis werd hij slechts schamel beloond.

Maar het veilinghuis bevond zich in zwaar water. Het lichtte de hand met de verzekeringspenningen door te laag te verzekeren. Tijdens het vervoer brak door achterstallig onderhoud een liftkabel en de pendule werd onherstelbaar beschadigd. In het faillissement van het veilinghuis restte hen de toezegging van de curator dat ze op de lijst van concurrente schuldeisers geplaatst werden.

Zo bleven Hester en Johan achter met een wrang gevoel. Nu misten ze het slaan, het getingel vroeger als ze aan tafel moesten. Ze hadden het willen verkwanselen maar de pendule had wraak had genomen.

In de klas werd leraar geschiedenis Johan Huizinga toch weer opgezadeld met lastige vragen. De kinderen werden ongeduldig. Het was duidelijk dat er bij hen thuis gepraat werd. Hij brak zich het hoofd. Hij kon voor de klas geen politiek standpunt innemen. Aan het verleden kon je je niet branden. Hij verviel in overpeinzingen. Waarom ontstaan er oorlogen? Wat is goed en wat is verkeerd?

Hij dacht aan de pendule die roerige tijden had doorstaan. De pendule sloeg halve en hele uren ongeacht het gewicht, de betekenis van het ogenblik. Wat er ook gebeurde, de hemel leek op instorten, de klok sloeg en een bladzij werd omgeslagen, een nieuw hoofdstuk diende zich aan. Hoe kon je het hoofd bieden aan de verschrikkingen.

Het einde van de tweede wereldoorlog leek een zegen. En nu werden ze opgezadeld met een nieuw conflict. Europa wordt uitgeleverd aan Rusland. Had je er geen recht op daar niet aan te denken, te vertrouwen op de pendule die de weg wees.

Was het vroeger beter dan nu? Had bij het verdrag van Potsdam in augustus 1945 de onervaren Amerikaanse president Harry Truman Europa niet uitgeleverd aan de Russen, waar gesproken werd over de aan de ander gegunde invloedssferen? Die hardvochtige meedogenloze eisen van Poetin zijn niets bij wat Stalin zich toegeëigend had.

De historicus relativeert de verschrikkingen als hij terugkijkt. Was het niet beter weg te kijken bij tijd en wijle om zich ruimte te geven, zich te koesteren en te mijmeren over de grote sprong voorwaarts.

In de tijd van Stalin hadden eenvoudige Russische mensen hun bedden om zich af te zonderen van het leed, zoals ook in Nederland in de tweede wereldoorlog.

Wat zouden wij zijn zonder de pendule die ons de weg wijst. Die slaat niet alleen halve en hele uren, maar belichaamt ook de geschiedenis. Het laat de slinger de ene keer links en de andere keer rechts uitslaan.

Zo bewees de teloorgegane pendule Johan Huizinga de weg hoe de kinderen voor te houden wat er aan de hand was.