Beste lieve begrijpende onbekende,

Als je deze brief leest zal ik er misschien niet meer zijn. Het is een biecht die ik aan niemand anders kwijt kan. Ik heb nooit begrepen waarom ik tot leven ben gewekt. Tot troost, ik zal niet de enige zijn. Maar misschien worstel ik meer met die vraag dan anderen.

Het is niet echt slecht gegaan met mij. Er waren gelukkige en ongelukkige tijden. Ongelukkige tijden heb ik weten te overwinnen. Ik heb nooit overwogen voortijdig afscheid te nemen. Ik heb mij er vaak over verbaasd hoe vanzelfsprekend voor anderen het leven schijnt te zijn. Misschien houden ze dat voor zich om niet ongezellig te doen. Ik bewonder hen die het vanzelfsprekend vinden dat er weer een dag komt.

Met de godsdienst heb ik nooit veel op gehad. Ik waardeer de opsmuk die het nodig heeft om gezag te verwerven. Het ene is beter dan het andere en soms ga ik zo’n gebouw binnen. Wat me dan opvalt, is de berusting die er heerst. Ik vraag me af of het eerbied of onmacht is. Misschien is het nog iets anders. Is het een keuze of dwang?

Ik heb daar vaak over nagedacht, over die keuze. Over de noodzakelijkheid van de dingen, wat er om ons heen gebeurt. Dan immers is er geen keuze meer. Het is een beetje als met het gokken. Beroeps gokkers hanteren systemen waar ze in geloven. Ze geloven in de wetmatigheid van het toeval. Ze hanteren een patroon hoe ze moeten inzetten. Zij begrijpen de stille kracht van het listige toeval. Het doet zich voor als toeval om te misleiden. Zij weten beter.

Toch moeten zij eenzaam zijn. Zij geven zich over aan een duistere macht. Soms wordt een stukje aas toegeworpen. Dat moet ook wel want anders valt dat geloof om. Door dat geloof sluiten ze zich af van het idee dat het niet waar kan zijn wat ze denken. Geleerden noemen dat verslaving. Het geloof in de wetmatigheid van het toeval laat geen ruimte voor de vrije loop van je gedachten. Misschien geloven ze dat die vrije loop van je gedachten niet bestaat.

Misschien ben ikzelf ook wel zo’n slachtoffer. Door me bezig te houden met deze zaken. In plaats van het geluk te vinden door je eenvoudigweg te verwonderen. Een heleboel dingen gewoon niet begrijpen. Het is allemaal niet zo eenvoudig als je met alle geweld wijsgerig wilt doen.

Die mensen in de kerk hebben dat goed begrepen. Zij laten dat werk aan anderen over. Ik heb grote bewondering voor die constructie. Het neemt veel zorgen weg. Het bijzondere is, ze hebben overal een antwoord op. Als het verkeerd met je gaat ben je schuldig. Dus dan moet je betalen. Voor de armlastigen is het voldoende om tot inkeer te komen.

Er was ooit een land dat dacht daar zonder te kunnen. Ze zijn op hun schreden teruggekeerd. Eerst hanteerden ze hamer en sikkel. De voorganger slaat nu het kruis. Zou dat in de noodzakelijkheid van de dingen liggen? De ene keer dit en de andere keer dat?

Om aan die noodzakelijkheid te ontsnappen heb ik wat bedacht. Ik beroep mij op Heer Bommel die Tom Poes opdroeg ’verzin een list’. Wat voor grap zou je willen uithalen als je aan de benauwende werkelijkheid wilt ontsnappen? Mik je dan op de punten en komma’s aanbidders? Je beleeft een beetje je eigen carnaval als je de burgemeester voor alles en nog wat mag uitmaken. Het is dan even of het leven er toe doet. In de rechtszaal waar ik beroepshalve verkeerde herinner ik mij een tof wijf dat terecht stond wegens tippelen. Op de eis van de officier die haar berispte voor zedeloos gedrag repliceerde zij: ‘Vannacht sprak je heel anders hoor.’ Kijk dat lucht op.

Het is de dwang die verstikkende dwang die van de preciezen uit gaat. Toch met de rekkelijken is het niet veel beter. Je kunt ze ook de vergoelijkerds noemen. Ik heb het dan over de zachte heelmeesters. Want die laten dat etteren toe. Ze durven niet op te treden.

Het is nu kerstmis met een beetje hoop dat ze even ophouden de ander zijn hersens in te slaan. Maar goochemerds ruiken hun kans. Kerstmis is niet hun pakkie-an, een uitgelezen kans een ander leed toe te voegen en zo slaat de hemel weer de bodem in.

En dan kom ik op die hemel, wie dat bedacht heeft? Sjonge! Klein Duimpje nam papa en mama bij de neus door de weg terug te vinden. Die zou onze wereld het paradijs vinden. Niet alleen mobieltje met gps, maar ook volproprestaurants. Zachte heelmeesters maken er fortuin met maagverkleiningsoperaties.

Sprookjes, dat is het! Daar kun je een draak bedwingen, z’n kop af slaan, je vijand vierendelen zonder bijbedoelingen. In  werkelijkheid is dat anders. Ze schijnen Balthasar Gerards gevierendeeld te hebben. Dan had die onze Willem van Oranje (neen, niet die van nu maar van vroeger) maar geen leed moeten aandoen.

Ik kom op schuld en straf. Bestaat er leed zonder schuld? Ik heb het over ons slavernijverleden. Een seniele geschiedkundige met de naam van een veldheer die het opnam tegen Karel de Vijfde meende zich een oordeel te kunnen vormen. Hij vond het verjaard. Hij wilde niet aansprakelijk gesteld worden voor wat zijn voorvaderen uitgespookt hadden.

Daar had hij een punt. Alleen ik begrijp nooit waarom die Afrikaanse koningen die hun bevolking verkochten voor spiegeltjes en kraaltjes vrijuit gaan. Die hele club daar als we het over vroeger hebben mag ook wel eens bij de les genomen worden in plaats van ze de hand op te laten houden.

Bestaat dat wel rechtvaardigheid. Ik heb teveel deuken in mijn leven opgelopen om dat voetstoots aan te nemen. De één z’n dood is de ander z’n brood. Die wijsheid van vader Cats dacht ik graaft de grond weg onder de voeten van hen die op verkiezingstocht gaan. Heel vroeger kon je gewoon iemand de hersens in slaan. Niemand die er wat van zei. Ze begrepen het. Anders was je er zelf geweest. Geleerden noemen dat natuurrecht. Bij de huidige stand van de techniek hebben ze daar oorlogsrecht van gemaakt.

Om terug te komen op die schuld. Bestaat er schuld zonder straf? Lijkt mij niet. Het lijkt een woordenspel. Je kunt iemand iets verwijten en het er bij laten. Maar schuld gaat verder. Dan moet er iets recht gezet worden. En dat kan alleen door straf. De schuldige moet in het schandblok gezet worden. Dat uiterlijke vertoon werkt kalmerend. Het remt af als je verkeerde gedachten hebt.

Dat klinkt heel logisch lijkt mij. Konden we maar terug naar vroeger. Het stonk er wel veel meer. Met allerlei slimmigheid hebben we schone lucht gekregen dachten we maar niet heus. Ik vraag me af waar gaat dit heen? Is het niet beter in deze sombere tijden de wereld te laten voor wat het is. Je kunt het ook wegkijken noemen, je af te sluiten van de buitenwereld waarmee je even niets te maken wilt hebben.

Zoals in het boek Pride and Prejudice van Jane Austen. In de negentiende eeuw op het Engelse platteland dromen vijf huwbare dochters van de prins op het witte paard. Het is tobben geblazen. Standsverschillen vieren hoogtij. Daar word je op afgerekend. De huwbare dochter weigert een huwelijksaanzoek van zo’n prins op het witte paard wegens niet nagekomen verplichtingen tegenover zijn jeugdvriendje. Dat blijkt een misverstand en het huwelijk slaagt alsnog.

Midden in de tweede wereldoorlog op het buiten van president Roosevelt ligt Winston Churchill wekenlang ziek te bed en wordt uit dat boek voorgelezen door zijn dochter. Te midden van het oorlogsgeweld waarin hij een hoofdrol speelt verzucht hij hoe zo’n wereld heeft kunnen bestaan. Waar waan en eigenwaan het leven beheerst. Hoe je door verdriet en geluk van wat mensen meegesleept wordt en de rest vergeet. Het valt niet mee, maar Churchill geneest.

Het is een beetje zoals het mij vergaat. Je af te zonderen van wat er aan de hand is en je eigen hemel te scheppen met allemaal dingen waar een ander niets aan heeft.

Het wordt me allemaal een beetje teveel.

Ik moet naar de dokter. Want ik raak een beetje de draad kwijt, het wordt me te machtig. Ik denk aan een grap, een kwajongensstreek, dat zal opluchten.

Lieve onbekende, vergeef mij mijn gestamel, tot spoedig.