ONEINDIG

Professor Robbert Dijkgraaf hield vrijdag 28 november
2014 op de televisie in de Dwdd op NPO 1 een college over het getal oneindig,
ook wel geschreven als OO. Dijkgraaf liet ons de uitvinding, het bedenken van cijfers
en getallen zien als een voorstelling om voor ons mensen de wereld
begrijpelijker, aanschouwelijker, overzichtelijker te maken. Om een indruk, een
idee te krijgen van zaken waar onze zintuiglijke vermogens tekort schieten.

Ik schrijf dit nu wel zo op, maar vraag mij onderhand af
of Robbert Dijkgraaf deze uitleg van zijn college ook zelf zo bedoeld heeft. Ik
vraag mij dat af omdat hij het ook had over twee oneindigen en zelfs ik als het goed
heb begrepen over oneindig veel oneindigen. Die moesten kunnen bestaan, tenminste volgens
een Duitse professor in de negentiende eeuw die op het eind van zijn leven krankzinnig
is geworden. Die Duitse professor stelde dat een lijn met een bepaalde afstand tot in het oneindige
verdeeld kan worden. Je deelt het door 2, door 3 enzovoorts. En dan kun je dus
ook een ander stukje lijn nemen en die ook weer in het oneindige gaan verdelen.
En dan heb je twee keer oneindig.

Ik weet niet wat Robbert Dijkgraaf zijn publiek wilde tonen.
Bij mij kwamen de volgende gedachten op. Allereerst om te laten zien waartoe de menselijke
geest met al zijn fantasie in staat is. Het tweede was of hij er zelf in
geloofde op deze wijze de werkelijkheid te beschrijven. Het derde was of hij zich er wel rekenschap van had gegeven dat de werkelijkheid, dat wil zeggen de
wereld zoals wij die ervaren, verschillende gedaanten heeft.

Om met het laatste te beginnen, in de filosofie staat dit
vraagstuk wel bekend onder de naam fenomenologie, oftewel de leer der
verschijnselen. Ik zal mij niet rekenen onder een aanhanger van deze filosofische
stroming zonder uit te leggen waarom. Waar het in deze om gaat is dat de mens
domweg niet in staat is de wereld in zijn naakte werkelijkheid te zien. Zelfs
het pasgeboren kind zonder enige ervaring niet. Zijn beleving van de wereld is zijn
reactie op zijn omgeving, het is niet de omgeving zelf. Naarmate het leven
voortschrijdt en de ervaring toeneemt wordt die reactie gevoed met de ervaring.
Het wordt vergeleken met eerdere, andere indrukken.

Aldus bestaan er voor de mens verschrikkelijk veel
werkelijkheden, al naar gelang de aard en opzet van de waarneming. De astronoom
probeert verschijnselen te ontdekken die niet eerder zijn waargenomen. De
kunstenaar doet het omgekeerde. Zijn publieksvoorstelling is bedoeld om een
blik te werpen in het binnenste van zijn ziel.

Robbert Dijkgraaf jongleerde met getallen en het oneindige
als een circuskunstenaar, een goochelaar, een illusionist. Toen hij was
uitgesproken bleef er de herinnering, die misschien kan duren tot de laatste
mens, maar niet langer.

Als die Duitse professor zich daarvan bewust geweest was zou
hij misschien, ja let u vooral op het woord misschien, niet gek zijn geworden.