ERICH
LUDENDORFF de onbuigzame

Er zijn vele boeken geschreven over megalomane mensen,
dictators, krijgsheren, generaals die het beste gedijen in tijden van oorlog,
conflicten, spanning. En men vraagt zich wel eens af of deze lieden zonder zouden
kunnen. Dat was bij mij ook het geval bij het lezen van de biografie van dr
Perry Pierik over de Duitse generaal Erich Ludendorff (Aspekt Soesterberg,
2017). Hij was de rechterhand van Paul von Hindenburg, in de annalen vermeld
als de overwinnaar van de roemruchte slag bij Tannenburg in 1914 in Oost
Pruisen waar het Russische leger een verpletterende nederlaag leed. Aan die
slag werd de naam Hindenburg voor eeuwig verbonden, de latere Reichskanzler die
met zijn dood de weg vrij maakte voor Hitler. Maar het was in feite Ludendorff
die de beslissende hand had in de Tannenberg slag.

De biografie van Pierik laat een man zien die nauwelijks te
overtuigen was van andermans gelijk. Een compromisloze figuur die sluwheid
paarde aan meedogenloosheid en overal complotten zag, niet alleen het jodendom,
hij geloofde heilig in de protocollen van Zion, maar ook het katholicisme en de
vrijmetselarij. Op twaalfjarige leeftijd in 1877 begon zijn militaire loopbaan bij
het cadettencorps te Plön in Holstein, belandde bij de generale staf waar zijn
eigenzinnigheid hem parten speelde. Zijn eerste succes kwam door zijn bijdrage bij
de inname van de strategische stad Luik in augustus 1914. Als eenvoudig verbindingsofficier
zonder commando werd Ludendorff geconfronteerd met de dood van generaal Von
Wussow die richting Luik midden in de nacht in de plaats Rentinne in een
Belgische kogelregen was gelopen. Ook Ludendorff ontsnapte ternauwernood aan de
dood. In het ontstane gezagsvacuüm nam hij het voortouw en speelde met weinig
troepen blufpoker om de Luikse verdediging tot overgave te doen besluiten. De
witte vlag werd inderdaad gehesen, echter zonder toestemming van de Belgische
bevelhebber. De Maasbrug werd daarop veroverd maar men liet de citadel links
liggen. Ludendorff reed Luik binnen, hoorde bij de citadel geen schoten en
meende dat die was ingenomen. Hij bonkte op de poort, een verbaasde Belgische
soldaat deed open, Ludendorff stapte naar binnen en eiste op luide toon de
overgave. In het zicht van naderende Duitse troepen zonk de moed de verdedigers
in de schoenen en honderden Belgische soldaten gaven zich over aan Ludendorff.
Een verbindingsofficier zonder soldaten werd de held van Luik.

Het oostfront dreigt te bezwijken onder de geweldige
Russische legermacht. De Duitse bevelhebber Von Prittwitz wordt op midden augustus
2014 vervangen door de 66-jarige Hindenburg met als chefstaf de 49-jarige
Ludendorff aan zijn zijde enkele dagen na zijn heldenrol in Luik. Dan blijkt het
militaire genie van Ludendorff die het 2e Russiche leger van
generaal Samsonov ten zuiden van de Mazurische meren in een fuik laat lopen en
door de cavalerie van achteren omsingeld wordt. Pierik beschrijft de veldslagen
eind augustus 1914 in Oost Pruisen zeer gedetailleerd, waarbij opvalt hoe
belangrijk de coördinatie tussen de verschillende legeronderdelen is wil men
succesvol zijn. Het falen van de Russische troepen zou een gevolg zijn van het
hopeloos zwak functioneren van de inlichtingen- en verbindingsdiensten. Ongecodeerde
Russische radioboodschappen vielen in Duitse handen. Het zou ook het gevolg
kunnen zijn van de rivaliteit tussen de beide Russische bevelhebbers Von
Rennenkampf en Samsonov die door een vete tijdens de Russisch Japanse oorlog
elkaar niet konden verdragen.

Niet lang daarna in september vindt de slag bij de Mazurische
meren plaats, ditmaal tegen Von Rennenkampf noordelijker gelegen tussen de
Oostzee en de Mazurische meren. Ook hier vindt een frontale aanval plaats gecombineerd
met een omsingelingsmanoeuvre aangestuurd door Ludendorff. De Russische
generaal Von Rennenkampf wordt uit Pruisen teruggeworpen naar Rusland. Door al
deze successen worden Hindenburg en Ludendorff steeds verder de oorlog
ingetrokken. Zij schieten te hulp ter ondersteuning van het
Oostenrijks-Hongaarse leger en krijgen bevel op te rukken naar Warschau, dat
echter mislukt. Er volgen nog de veldtocht naaar Lodz, de winterslag in Masuren
en de slag Gorlice-Tarnow met grote Duitse successen. Ondanks de Russische
overmacht blijft het oostfront redelijk stabiel. Zelfs wordt op 5 augustus 1915
Warschau veroverd en trekken de Russen zich terug volgens de tactiek van de
verschroeide aarde. Ludendorff ontpopt zich als politiek bestuurder in het
bezette deel van Litouwen als ‘onderkoning’ van de tweede stad Kaunas.

Het Duitse opperbevel onder Falkenhayn gaat uit van het
Von Schlieffenplan dat eerst aan het Westfront de overwinning behaald moet
worden. In 1916 zouden de Fransen bij Verdun de genadeslag hebben moeten
krijgen. De westelijke tegenstand en ook de internationale aversie tegen
Duitsland groeit. Falkenhayn verliest bij de keizer zijn geloofwaardigheid en
deze kiest voor Hindenburg en Ludendorff, hoewel hij het onbuigzame karakter
van de laatste niet verdraagt. Ludendorff dirigeert dan van Duitse zijde de
oorlog. Hij stopt de uitputtingsslag bij Verdun en rationaliseert het front
door terug te trekken op de nieuw gebouwde Siegfried-Stellung. Voor de noodzakelijke
olie wordt Roemenië veroverd. Op zee kiest Ludendorff voor de duikbotenoorlog
dat hem noodlottig zal worden. De neutrale Verenigde Staten zien hun
koopvaardijschepen getroffen worden door Duitse torpedo’s. Deze fatale
beslissing blijkt achteraf een wanhoopsgreep te zijn geweest om de numerieke
overmacht van de Entente te breken. Na 23 oktober 1918 komt het tot een breuk
tussen het leger en de politiek. De Duitse Rijksdag verzet zich tegen de
proclamatie Hindenburg, lees Ludendorff, om door te vechten ondanks de eisen
van de Amerikaanse president Wilson. De keizer zit in een tweespalt en schaart
zich voorlopig achter Hindenburg en Ludendorff. De politiek wil het plan Wilson
aanvaarden. De volgende dag op 26 oktober 1918 worden Hindenburg en Ludendorff
bij de keizer ontboden die een draai maakt naar de politiek en zijn ongenoegen
uitspreekt over de proclamatie. Daarop biedt Ludendorff zijn ontslag aan dat de
keizer aanvaardt, maar het ontslag van Hindenburg weigert omdat veldmaarschalk
Von Hindenburg een symbool van eenheid voor het Duitse volk is.

Het verloop van de eerste wereldoorlog is bekend. Het
eindigde met de wapenstilstand in november 1918 en het Verdrag van Versailles.
Van belang is dat Ludendorff is gaan geloven in de dolkstootlegende dat de
nederlaag niet op het slagveld is geleden maar door interne politieke
strubbelingen, de werkzaamheid van socialisten, spartakisten, pacifisten,
bolsjevieken en de Weimar regering.

Tussen november 1918 en voorjaar 1919 ontbrandt de strijd
tussen conservatieven, sociaaldemocraten en spartakisten. Ludendorff krijgt van
vele zijden, ook van terugtrekkende militairen de schuld voor de chaos, dus ook
voor de nederlaag. De spartakisten van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg zijn op
zoek naar hem en met aangeplakte baard en blauwe bril vlucht hij naar Zweden.
Het leger en de voorman van de sociaal-democraten Friedich Ebert konden hem
geen bescherming bieden. De vrouw van de meest gehate man van Duitsland
Margarethe Ludendorff is nog in Duitsland en dreigt door Spartakisten gegijzeld
te worden. Zij wordt gered door een communistische matroos en weet op
avontuurlijke wijze Duitsland te ontvluchten.

Al in februari 1919 keert Ludendorff terug naar Duitsland
waar de revolutie in volle gang is. Maar hij wordt beschermd door een uit
marineofficieren bestaand vrijkorps de Garde Kavallerie Schützen Division, dat later
Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg zal ombrengen. Velen nemen het recht in eigen
hand. Conservatieve vrijkorpsen strijden tegen spartakisten waardoor de
regering Ebert Noske in het zadel kan blijven. Beieren en het Rijnland proberen
zich af te scheiden. Het rijk dreigt uiteen te vallen. Het leger is
onbetrouwbaar. De Weimar republiek kan alleen rekenen op vrijkorpsen.
Ludendorff schrijft zijn oorlogsmemoires, biedt zijn diensten aan bij de
regering Ebert en probeert de vriendschap met Hindenburg en het militaire apparaat
te herstellen. Als dat niet lukt gaat Ludendorff ondergronds en intrigeert
tegen de republiek van Weimar en maakt zo vanuit het rechtse militaire kamp de
weg vrij voor Hitler.

Pierik gaat in op het ontstaan van de dolkstootlegende
die de geestelijke brandstof werd voor het nationaalsocialisme. Het
merkwaardige feit doet zich voor dat niet Ludendorff hiervoor verantwoordelijk
was maar Hindenburg. Hindenburg sprak over een ‘hinterlistige Speerwurf’ met de
insinuatie dat er geen militaire noodzaak was voor het Duitse falen in 1918.
Ludendorff daarentegen had uitgesproken dat de oorlog militair niet meer te
winnen was.

Volgens Frankrijk ligt de schuld voor de oorlog bij
Duitsland en doet met België uitleveringsverzoeken om oorlogsmisdadigers te
berechten. Ludendorff en zelfs de naar Nederland uitgeweken keizer zijn
doelwit. Dat veroorzaakt in Duitsland binnenlandse spanningen niet alleen tegen
die buitenlandse, lees Franse eisen, maar ook tegen de Weimar regering zelf die
zich daardoor tegen de uitleveringseisen moet verzetten. Het is de voorbode
voor de eerste couppoging door militaire ijzervreters tegen de pacifistische Weimar
regering, bekend staand als de Kapp-Putsch naar de naam van de initiatiefnemer
Wolfgang Kapp. De aanleiding is de ontbinding van de Freikorpsen die de
Weimarregering nodig had tegen de aanvallen van spartakisten onder Karl
Liebknecht en Rosa Luxembourg, maar nu vanwege het Verdrag van Versailles
ontbonden moeten worden. Interessant is de opstelling van Britse zijde dat al
eerder wees op de gevaarlijke repercussies van het verdrag. Via de gewiekste
Keulse burgemeester Konrad Adenauer houden de putschisten contact met de
Entente, dit volgen de memoires van Ludendorff die zelf vanuit het geheim de
putsch aanstuurt. Als er arrestatiebevelen tegen kopstukken uit het Kapp-kamp komen
omdat deze weigeren te ontwapenen is in maart 1920 de Kapp-Putsch in Berlijn een
feit. De marine kiest voor Kapp maar de landmacht is verdeeld. Vakbonden en
ambtenaren keren zich tegen de putsch. Soldaten muiten. Ludendorff houdt zich
op de achtergrond. Als de putsch dood loopt is hij een ervaring rijker. Maar de
Franse generaal Buat ziet Ludendorff als het grote gevaar die Duitsland wederom
tot oorlog kan brengen, die uit wraakzucht het Duitse volk kan mobiliseren.

Op hetzelfde tijdstip maart 1920 vindt in Beieren een
conservatieve machtswisseling plaats geleid door militairen, onder wie kapitein
Mayer, die de jonge Hitler communisten laat bespioneren. Deze ontpopt zich als
redenaar en wordt politiek ingezet om arbeiders te winnen voor het
nationaalsocialisme. Hitler wordt naar Berlijn gezonden voor overleg met de
inmiddels gevluchte Kapp putschisten en besluit dan maar Ludendorff op te
zoeken. Daar maakt Hitler kennis met vele prominenten op wie hij grote indruk
maakt.

Tegen de spartakisten is genadeloos opgetreden maar de
Kapp putschisten worden summier vervolgd. Dat zet kwaad bloed, maar de Weimar
regering moet kunnen blijven rekenen op militairen. Ludendorff wil een rol
spelen hoe Duitsland weer op de been te krijgen. Bij wie kan hij aansluiten? De
NSDAP van Hitler vertegenwoordigt een nieuw geluid, los van religie en
monarchie. Hitlers visie is sociaaldarwinistisch, uit bloed en bodem is een
nieuwe adel ontstaan. Conservatieve groeperingen zien in Hitler de man die hun
belangen veilig kan stellen. Ludendorff staat achter het partijprogramma van de
NSDAP, een völkische beweging die onder het juk van zijn vijanden uit wil. Ludendorff
ziet Hitler als een man met een dwingende wilskracht, wat ze gemeen hebben.
Ludendorff deelt met Hitler het antismitisme. Als de held van Tannenberg staat Ludendorff
model voor eerherstel voor Duitsland na de oneerlijke nederlaag. In 1921 krijgt
Ludendorff op vele plaatsen het onthaal van een staatsman en ook zijn vierde
eredoctoraat.

Op 24 juni 1922 wordt de joodse minister van buitenlandse
zaken Walther Rathenau vermoord. Met zijn publiekelijke afkeer van deze joodse
intellectueel draagt Ludendorff verantwoordelijkheid voor deze Rufmord, begaan
door geradicaliseerde jongemannen. Pierik vermeldt dat de moordenaars van Karl
Liebknecht en Rosa Luxemburg eerder Ludendorff hielpen ontsnappen naar Zweden. Vele
democratische politici worden bedreigd en vermoord en de naam van Ludendorff wordt
daarbij genoemd.

In 1923 bezet Frankrijk de Ruhr omdat een leverantie van
telegraafpalen door Duitsland aan Frankrijk is uitgebleven. De Duitse
opperbevelhebber Von Seeckt zoekt contact met Ludendorff in het geheim aan de
Wannsee. Mogelijk wil die van Ludendorff weten hoe militair kan worden
opgetreden, in strijd met het Verdrag van Versailles. Hier toont Ludendorfff
zich bij uitzondering politicus en geen militair. Hij ontraadt militair
optreden en wijst er op dat het Verdrag van Versailles de enige bescherming is
die ze hebben, het is internationaal erkend en het Franse optreden wordt
bekritiseerd.

Het Franse optreden brengt Duitsland economisch aan de
rand van de afgrond. Het Ruhr gebied wordt door de Fransen ‘leeggeplunderd’. In
Hamburg vindt een communistische opstand plaats aangestuurd door Moskou. Dat
leidt tot de Feldherrnhalle-Putsch van Hitler in München op 8 november 1923. Ludendorff
heeft meer en meer contact met de door Hitler opgerichte Sturmabteilung SA. Hij
laat zich in met de alchemist Franz Seraph Tausend die beweert goud te kunnen
maken. Ludendorff ziet daarin het middel om de doodsteek toe brengen aan de goudstandaard
die de joden in de kaart speelt. Door de naam Ludendorff wordt er veel geld
opgehaald dat vooral naar hemzelf gaat. Als de zwendel blijkt heeft Ludendorff zich tijdig uit de zaak terug
getrokken en wordt niet vervolgd. Ludendorff ontvangt geld van de Ruhrbaron Fritz
Thyssen, waarschijnlijk bestemd voor Hitler. Ook de Amerikaanse autoindustriëel
Henry Ford betaalt Hitler.

Pierik beschrijft dan uitvoerig de aanloop naar en het
verloop van de Feldherrnhalle-Putsch waarin Ludendorff en Hitler gezamenlijk
optreden en die uiteindelijk neergeslagen wordt. Interessant is te zien dat
Ludendorff de kardinale fout maakt door de drie belangrijkste Beierse mannen,
minister president Von Kahr, de bevelhebber van de Beierse legermacht Von
Lossow en de commandant van de Beierse politie Von Seisser uit de
Bürgerbräukeller te laten vertrekken omdat ze op erewoord hun medewerking aan
de putsch zouden hebben gegeven. Dat hadden ze ook gedaan, onder dwang. Eenmaal
verdwenen herroept Von Kahr zijn toezegging en de volgende dag tijdens de mars door
de stad wordt er geschoten. De lezing van Pierik wijkt wat af van wat ik op
Wikipedia heb kunnen vinden. De volgende ochtend 9 november 1923 zijn in de
Bürgerbräukeller negen socialistische raadsleden gegijzeld en Ernst Röhm heeft zich
met 400 putschisten in het legercommandocentrum aan de Odeonsplatz verschanst.
Ongeacht de gijzeling rukken pantserwagens van het leger op naar Röhm. Bij een
schotenwisseling worden twee putschisten gedood en twee soldaten van het leger
gewond. Röhm wil zich niet overgeven en gaat om 11.45 uur in op een
wapenstilstand van twee uur. Desondanks om 12 uur trekken Hitler en Ludendorff vanuit
de Bürgerbräukeller met de putschisten naar hem op. Over de Ludwigsbrücke weet Ludendorff
door bluf een 30 man sterke politieafdeling te ontwapenen. Van daar marcheren
ze verder over de Marienplatz, door de Weinstrasse en Theatinerstrasse richting
Odeonplatz. Seisser heeft de politiecommandant Goding bevel gegeven het
betreden van de Odeonsplatz door Hitler met alle middelen te stoppen. Godin
grendelt met 130 man gewapend met machinegeweren en een kanon de Odeonplatz af.
Als de politiemacht in zicht komt laat Ludendorff de luid zingende colonne afzwenken
naar zijstraten richting Feldherrnhalle. In de Residenzstrasse wordt een politierij
doorbroken. Er vallen schoten. De commandant en drie politiemannen sneuvelen.
Het politievuur doodt Hitler’s adviseur en diplomaat Erwin van
Scheubner-Richter, die Hitler met zich op de grond sleurt. Hitler’s lijfwacht Ulrich
Graf stelt zich voor hem op, wordt door elf kogels getroffen en valt bovenop
Hitler en Scheubner-Richter. Putschisten werpen zich op de grond en talrijke
toeschouwers stuiven uiteen. De schotenwisseling heeft minder dan een minuut
geduurd. Vier politiemensen, dertien putschisten en een toeschouwer zijn gedood.
Bij de bestorming van het legercommandocentrum bezet door Röhm sneuvelen nog
twee putschisten. Ludendorff blijft ongedeerd, wordt gearresteerd maar na een
verhoor van vijf uur op erewoord vrijgelaten. Hitler is gevlucht in een
ambulance maar wordt twee dagen later gearresteerd. Hitler wordt wegens
hoogverraad tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld waarvan hij er negen
maanden uitzit. Volgens de rechtbank had Hitler gehandeld in ‘vaderlandse
geest’ en was door ‘edele motieven’ gedreven. Ludendorff wordt wegens zijn rol
in de eerste wereldoorlog vrijgesproken.

Volgens de gangbare geschiedschrijving zou hij er slechts
zijdelings bij betrokken zijn geraakt. Volgens Pierik is dit onjuist. Bronnen
wijzen op een andere lezing. Ludendorff was één van de belangrijkste
geestelijke vaders van de putsch. Hitler was de praktische uitvoerder, de
revolutionair, Ludendorff zou de nationale verzoener worden. Zo zag hij zijn
rol. Maar hij wist tijdgenoten en historici een rad voor ogen te draaien.

De putsch pakt voor Hitler beter uit dan voor Ludendorff
die de retorische gaven van Hitler mist. Hitler is met zijn martelarenstatus
nationaal en internationaal bekend geworden. De rol van Ludendorff werpt
vraagtekens op, wat in zijn nadeel werkt.

Het laatste deel van de biografie gaat over de pogingen
van Ludendorff toch voet op het politieke toneel te krijgen, waarbij hij in
conflict komt met Hitler. Pierik beschrijft de invloed van de tweede vrouw van
Ludendorff, dr Mathilde von Kemnitz, een duistere theosophe, die zich met
Ludendorff verliest in verderfelijke rassentheorieën. Het huwelijksleven van
Ludendorff heeft al eerder vragen opgeroepen. Pierik schrijft daar niet over, maar
Ludendorff was pas op 45-jarige leeftijd getrouwd met een 12 jaar jongere vrouw
die al 4 kinderen had, Margarethe Pernet-Schmidt, die hij in de stromende regen
ontmoet had en haar zijn paraplu had aangeboden. Om Ludendorff laat zij zich
van haar man scheiden.

Na de plotselinge dood in 1925 van de Reichspräsident
Friedrich Ebert werpt Ludendorff zich in de strijd om het presidentschap, maar
verliest van Hindenburg. De band met de NSDAP en Hitler wordt daarna verbroken.
De laatste had de naam van Ludendorff nodig, nu niet meer. Ludendorff verliest het
aanzien van destijds maar geeft niet op. Om boven de partijen uit te stijgen
richt hij in 1925 de Tannenbergerbund op. Het doel is een völkische beweging,
dat zich echter overal tegen afzet, het parlementaire systeem van Weimar, de
Entente, de communisten, joden, vrijmetselaars, de katholieke kerk, het Beierse
vorstendom, de NSDAP en nog veel meer.

Het laatste deel van zijn leven, hij sterft aan
leverkanker in 1937, wijdt Ludendorff aan het uitgeven van zijn
oorlogsherinneringen, maar ook aan publicaties met een mystiek geluid. Zijn
vrouw Mathilde Kemnitz laat zich niet onbetuigd. Zij ziet in het christendom
een aanval op de Duitse geest. Dat is interessant want Richard Wagner zag hetzelfde
gevaar, echter van joodse zijde. Het is wederom interessant te zien hoe de
Duitse geest wanhopig op zoek is naar onwankelbare zekerheden en aan de
praktische godsdienstbeleving niet genoeg heeft. De Franse geest kenmerkt zich
door zich niet van de wijs te laten brengen als het erom gaat hoe het leven te
veraangenamen en daarbij de kerk met haar uiterlijke rituelen voor lief neemt.

In zijn memoires ziet Ludendorff allerlei complotten als
het gaat om zaken die zijn misgelopen. De realpolitiker Hitler had anders dan Ludendorff
niet openlijk zijn afkeer van de kerk uitgesproken. Interessant is nog hoe
Pierik schrijft over hoe Hitler in zijn greep naar de macht ook afrekent met
das Militär. De SA onder Röhm wordt in 1934 geliquideerd (de nacht van de lange
messen). De Reichswehr dreigt te worden genazificeerd en mannen van weleer als
de generaals Blomberg (minister van defensie), Werner Freiherr Von Frisch en de
chef-staf van de generale staf landmacht Ludwig Beck, zoeken naar een middel
het leger zijn zelfstandigheid te laten bewaren. Het komt tussen Beck en Hitler
tot een dans rond Ludendorff die binnen das Militär toch nog steeds op gezag kan
rekenen. Beck wil Ludendorff inlijven door hem op 70-jarige leeftijd tot
maarschalk te bevorderen. Ludendorff zou de enige zijn die de zaak nog kan redden.
Volgens Beck gaat er ‘een zucht van verlichting door het Duitse volk sinds de
naam van Ludendorff weer openlijk genoemd wordt’. Maar Ludendorff meent dat
Blomberg en Fritsch hem ‘voor hun karretje proberen te spannen’. Ludendorff heeft
zijn gedachten over Blomberg die zich zowel antroposofisch als communistisch
opgesteld zou hebben en zich laat beïnvloeden door Hitler. Blomberg zou van een
verkoudheid afgekomen zijn omdat hij Hitler een hand had gegeven. De pogingen
Ludendorff aan de militaire zijde te krijgen blijven doorgaan tot Ludendorff op
21 februari 1936 er een eind aan maakt omdat de hem gezinde militairen ‘christlich
reactionair’ zijn. Ludendorff heeft zo zijn laatste kans laten schieten. Hitler
kan verder zijn gang gaan die met iedereen afrekent. Na de nacht van de lange
messen had zelfs Ludendorff angst gevoeld. Hij wordt uiteindelijk gespaard
omdat volgens Hitler ‘hij zijn lot toch niet kan ontlopen, als hij sterft
voegen wij hem toe aan de helden van de natie’.

Anderen hebben minder geluk. Pierik noemt velen die
Hitler minder welgevallig waren geworden, die vluchtten of het met de dood
moesten bekopen. Pierik vermeldt dat op de begrafenis van Ludendorff de
minister van defensie generaal Blomberg Hitler toevertrouwde dat hij een vrouw
van burgerlijke huize wilde trouwen. Die permissie kreeg hij, maar het zou de
opstap zijn tot zijn ondergang. In 1938 nam hij ontslag.

Vele jaren geleden zag ik ooit een Duitse documentaire
getiteld ‘Geheime Staatssachen’. Het ging over de ruim 60 jaar oude minister
van defensie generaal Blomberg die een verhouding had met een zeer jonge prostituee.
In opdracht van Hitler ging de Gestapo zijn gangen na en nam foto’s. Toen
Hitler de pornografische foto’s onder ogen kreeg zei hij: ‘Ein Deutscher Mann macht
sowas nicht!’ Blomberg hield zijn rug recht, trouwde het meisje, dat hem tot op
zijn doodsbed trouw bleef.

Achteraf noemde Ludendorff Hindenburg als ‘een van de
slechtste karakters die ooit geleefd hebben’. Over het oordeel van Ludendorff
over Hitler bestaan twijfels. De echtheid van een telegram van Ludendorff aan
Hindenburg, nadat de laatste Hitler tot Reichskanzler had benoemd en Ludendorff
hem op niet mis te verstane wijze schilderde wat de gevolgen daarvan zouden
zijn, die ook zijn uitgekomen, staat niet vast omdat het in de archieven niet
is te vinden. Pierik pleit echter voor de authenticiteit.

Wie was de grootste? Hindenburg of Ludendorff? Daar
draait de biografie van Pierik om. Ludendorff deed het werk, vooral bij Tannenberg,
maar legde het af tegen het grotere politieke talent Hindenburg.

Met deze biografie over Ludendorff schreef Pierik een
monumentaal werk. Een nadeel is dat niet altijd alles in een goed herkenbaar
historisch perspectief geplaatst blijft. Het is verleidelijk op zaken vooruit
te lopen, het is een kunst om de herkenbaarheid te bewaren. Kanttekeningen bij
Hitler van Sebastian Haffner, een beknopt werk vergeleken bij deze biografie,
is een schoolvoorbeeld hoe het kan. De biografie van Pierik is oneindig omvangrijker
met vermelding van onnoemelijk veel bronnen. Ook de literatuurvermelding is
indrukwekkend. Bij een dergelijk megawerk moeten we wat slordigheden over het
hoofd zien.