WELVAART

We volgen de politiek en zagen gisteren op de teevee
minister president Mark Rutte met razende Groningers die zich letterlijk de
grond onder de voeten zien wegvallen. Die razernij over wegzakkende grond
snapte iedereen, maar niet waarom iedereen in Nederland zo boos is op de
politiek. De premier probeerde tegengas te geven met de verklaring dat het
juist zo goed gaat in Nederland en er banen te over zijn. Jan Marijnissen
probeerde het ongenoegen te verklaren door de bezuinigingen in de zorg en een
economiemevrouw door de bezuiniging op de bijslag. Het was een dilemma waar men
niet uit kwam.

Ik denk dat ik het wel weet. Het is de welvaart en niet
de armoede die ongelukkig maakt. Armoede dwingt de mens tot wilskracht en
welvaart sloopt het. Zeker zo’n zestig jaar geleden zag ik als kleine jongen in
de bioscoop een korte Franse voorfilm. Je zag een jongetje alleen spelen op het
erf van een boerderij. Toen hij de deel binnenging zag hij daar een
vriendelijke grijsaard die hem welwillend aanzag. Het jongetje vroeg: “Qui ȇtes
vous?” De grijsaard antwoordde: « Je suis le Bon Dieu » . Het
jongetje verwonderd: « Vous ȇtes le Bon Dieu?” En meer
opgewonden: « Est ce que vous pouvez guérir grand père qui est dans la
chaise roulante? ». De grijsaard: « Mais oui, bien sûr, naturellement,
je suis le Bon Dieu. » Het jongetje: « Viens
avec moi. » En het jongetje trok de grijsaard mee naar de huiskamer waar
opa in een rolstoel zat te dommelen. De grijsaard stapte op hem en zei:
“Alors marchez, vous pouvez marcher maintenant.” En gooide hem de rolstoel uit waarna opa het verschrikt op een lopen zette.
Het jongetje had alles stomverbaasd gadeslagen, rende naar buiten en gilde in
het rond: “Maman, Papa!! Le Bon Dieu est venu, il a guéri grandpère!!”
Verschrikt kwamen de ouders aangerend en gingen het huis binnen, waar opa weer
in de rolstoel zat maar de grijsaard in geen velden of wegen was te bekennen.
De laatste scène van de film was waar buiten twee verplegers de weerspannige
grijsaard een ambulance induwden.

De herinnering aan die korte film kon niet toevallig zijn
opgekomen. Het was niet alleen de vergelijking met de wonderen die Jezus
verrichtte, de opstanding van Lazarus, de verlossing van het boze, maar
natuurlijk ook het wonder dat het jongetje beleefde en opa die het anders zag. Ik
sprak ooit met iemand die in een verzorgingshuis een op krachten komende patiënt
had bezocht en van mening was dat veruit de meesten daar in een rolstoel gewoon
konden lopen.

Wie kunnen er met de welvaart omgaan, zodat het zich niet
tegen je keert, door verlies aan zelfbeheersing, zelfredzaamheid en klagen een
aangenaam tijdverdrijf is geworden?