FOLKLORE IN DOKKUM

“Waarom schamen die zwarten zich zo voor hun huidskleur?”

“Wat! Hoe durft u dat te zeggen! Een bevolkingsgroep die
zo geleden heeft onder de slavernij!”

“Bestaat die slavernij nog steeds?”

“Neen, natuurlijk niet. Maar ze worden vernederd. Ik denk
dat het wel klopt dat ze minder kansen hebben.”

“Denkt u dat? Waarom dan?”

“Nou, omdat ze zwart zijn.”

“U bedoelt, de witte mensen, blanke mensen durf ik niet
meer te zeggen, dat klinkt zo koloniaal, u bedoelt de witte mensen verblijven
liever onder witte mensen?”

“Ja, zo is het.”

“Maar is dat niet heel logisch.”

“Logisch?”

“Ja logisch. De hele commercie drijft op voorkeuren.”

“Voorkeuren?”

“Ja, voorkeuren. Een voorkeur is, als ik het zo
uitdrukken mag, een persoonlijke voorkeur.”

“Ja, nu begrijp ik u beter. Bij de één voel je je beter
thuis dan bij de ander.”

“Gaat er niet een lichtje op?”

“Een lichtje?”

“ja, een lichtje. Bij die zwarten moet dat toch hetzelfde
zijn?”

“Ja natuurlijk zal dat bij die zwarten hetzelfde zijn. Ik
vind het wel vervelend dat u steeds over ‘die zwarten’ spreekt. Bent u oud
koloniaal?”

“Neen, ik ben geen oud koloniaal. Mijn familie heeft zich
altijd weten te redden met wat we hebben in ons kleine landje. Ik heb het over
‘die zwarten’ zoals ik het ook kan hebben over ‘die Amsterdammers’ of ‘die
Rotterdammers’.”

“Toch houdt het voorzetsel ‘die’ een zekere
miskwalificatie in.”

“Dat klopt en dan wil ik ook meteen zeggen waarover het
gaat. Waarom gaf die burgemeester in Dokkum een vergunning af om te protesteren
tegen Zwarte Piet? Het onderwerp is al te zot voor woorden, maar omdat te doen
tijdens de intocht van de goed heiligman himself is je reinste kindermoord. Dan
heb je geen gevoel in je lijf. Een Witte Piet kan niet want dan klopt die
schoorsteen niet. Voor mijn gevoel is die burgemeester de weg kwijt. Van de
openbare orde moet je het maar hebben zal ik maar zeggen. Het is of we in dit
land helemaal de weg kwijt zijn. Vindt u dat verheffend allemaal?”

“Begrijpt u niet dat ze zich gekleineerd voelen door dat
knecht zijn? Die dommigheid van Zwarte Piet?”

“Tot op zekere hoogte. Ik kan dat alleen maar begrijpen
als ze zich niet beter voelen dan Zwarte Piet. Want ze zijn toch helemaal niet
Zwarte Piet. Of heb ik het mis soms?”

“Neen, u heeft het helemaal niet mis. Natuurlijk zijn ze
geen Zwarte Piet.”

“Maar waarom voelen ze zich dan beledigd? Schamen ze zich
voor hun huidskleur? Waarom zijn ze daar niet trots op en laten dat zien. Ja, niet
door met de vuist te zwaaien. Want ook dat is weer weinig verheffend.”

“Dat vindt u.”

“Ja, dat vind ik. Shakespeare schreef: What’s in a name?
What we call a rose would smell as sweet by any other name.
Dat gaat ook op voor de huidskleur. Of niet soms?”

“Maar vindt u niet dat ze zich hier thuis moeten voelen?”

“Daar kun je zelf voor zorgen als je een beetje mans bent.
Laten ze een voorbeeld nemen aan de Chinezen. Die weten zich heel goed te
redden in hun Chinatown. Vindt u niet dat die demonstranten regelrecht naar de
psychiater moeten wegens egozwakte?”

“Daar zit misschien wat in.”