Het volk was redeloos, de regering radeloos, het land
reddeloos. Dat was het volksgezegde in Nederland in het rampjaar 1672. Zo lijkt
het in Frankrijk heden ten dage. De gele hesjes zijn een bedreiging voor de
republiek. De vonk kan overslaan naar politie en leger en dan is het land
stuurloos, beland in anarchie. Het verstand regeert niet meer. Kortzichtigheid
is troef. Er is geen debat. Opstandelingen hebben geen leider, geen plan
behalve het eigen belang. Vanwege de klimaatverandering zullen offers gebracht
moeten worden. In een acute oorlogssituatie is die bereidheid er misschien.
Toch in de jaren dertig toen aartsvijand Duitsland zich bewapende deden socialistische
leiders onder Léon Blum of er niets aan de hand was.

Nu zien de klimatologen de ramp naderen. Maar het volk
niet. Noodzakelijke maatregelen om de aarde te redden worden niet begrepen. Donald
Trump lacht in zijn vuistje. Die betweterige Fransman, die hem de les wilde
lezen, komt van een koude kermis thuis.

Kalmte, kalmte, wordt er wanhopig geroepen, laat het
verstand terugkeren. Maar de opstand der horden is daar, om zo het land, hun
eigen rechten, hun zekerheden, zo moeizaam opgebouwd in een sociale
verzorgingsstaat, op het spel te zetten. Wat zullen ze terugkrijgen als de
dampen zijn neergedaald en de puinhopen zichtbaar geworden?

Ook in Nederland worden gele hesjes gevreesd. Zij staan voor
het recht om dat in eigen hand te nemen. Ieder voor zich, allen voor één. Dat
is de leus. Zij lopen voor de natuur uit om de ondergang mogelijk te maken.