Blog Image

Celeste Lupus

Over dit weblog

Celeste Lupus schrijft over: literatuur, politiek, filosofie, recht, economie en wetenschap.

Medische ethiek

Filosofie Posted on Wed, September 14, 2016 14:25:22

ORGAANDONATIE

De Tweede Kamer heeft een wet aangenomen die
orgaandonatie gemakkelijker moet maken. Iedereen wordt orgaandonor tenzij men kenbaar
maakt dat niet te willen. Hoe de wet er precies uitziet, of het door de Eerste
Kamer wordt aangenomen, hoe het in de praktijk zal werken is onzeker. Het is
wederom een sterk staaltje hoe er met de persoonlijke levenssfeer wordt
omgesprongen. Belangengroeperingen dwingen hun wensen af met bedenkelijke argumentatie.
De arts die in Nieuwsuur gisteravond kwam uitleggen waarom dat allemaal zo
perfect in orde is maakte op mij de indruk van een koele berekenende technicus
die zo de fabriek bedrijfsklaar maakt.
Er is een duidelijk verschil tussen leven zoals dit soort
artsen dat zien en de werkelijkheid. De werkelijkheid is dat het leven eindig
is en het zinvol moet zijn. Daartoe behoort het recht om waardig te kunnen
sterven. Het argument van de arts dat tegen de aantasting van het lichaam bezwaar
kan worden gemaakt lijkt nobel maar is het niet. Het lijkt nobel om een
verkeersslachtoffer te helpen met een transplantatie waarvoor weer een ander
verkeersslachtoffer wordt geofferd omdat die het orgaan zelf niet meer nodig
heeft. Maar wie bepaalt dat? Ja, u raadt het antwoord, de arts. En daar wringt
de schoen. Niet alleen bestaat het gevaar van onbekwame artsen, van verkeerde
artsen, maar ook de marktwerking van de orgaanhandel.
De koele berekenende arts die bij Mariëlle Tweebeeke out
of the blue wist te vertellen dat negentig procent van de Nederlanders voor
orgaandonatie is weet niet waar hij het over heeft. Deze loze bewering
ontzenuwde hij onmiddellijk zelf door te verklaren dat het in de huidige
praktijk zo moeilijk is om familie van gestorven donoren te overtuigen. Ik denk
wel dat negentig procent van de artsen daar voor is, de redenen laten zich
raden, en dat hij één en ander door elkaar haalt, maar negentig procent van de
bevolking zeker niet. Integendeel, uit de reserve die hijzelf bij de familie
van de overledenen bespeurde blijkt het tegendeel. Hij wist ook te vertellen
dat de nieuwe wet niets zou veranderen want de familie kon alsnog bezwaar
maken. De vraag dringt zich natuurlijk op ‘waarom dan deze wet?’.
De medische ethiek is ver te zoeken. Aan een menswaardige
levensbeëindiging weigeren vele artsen mee te werken. Wel om het ondraaglijk
lijden maar zo lang mogelijk te rekken. Als een goedwillende arts dat toch doet
wordt hij verraden door een jonge arts assistent in opleiding die is opgevoed
in de leer dat regels gaan boven het leven.
Ons burgerlijk wetboek kende een cynisch artikel dat aan
de laatst behandelend arts een voorrecht toekende voor zijn rekening. In de
huidige verzorgingsstaat hebben artsen dat niet meer nodig. Het medische beroep
is een vaktechnisch beroep geworden met weinig oog voor het werkelijke mens
zijn. De aan blaaskanker gestorven concertpianist Gérard van Blerk wist over de
hem behandelende geneesheren te melden: ‘ze kennen maar een paar handelingen.’
Het leven is eindig, daar is geen respect meer voor. De
Russische schrijver Leo Tolstoj zei het al, hij zei: ‘een arts verdient geld
aan het lijden’. Het valse beroep op ‘’eerbied voor het leven’ en de angst voor
het wetboek van strafrecht dat de ethisch handelende arts moord in de schoenen
schuift geven de stand van zaken weer. Het gaat niet om de kwaliteit van het
leven, het recht om waardig te sterven. Neen, geheel andere belangen spelen een
rol. In het boek ‘Le grand secret’ van René Barjavel beschrijft hij hoe deze
ontwikkeling zich keert tegen een menswaardig bestaan, waarin het recht om te
sterven hem is ontnomen.
Het leven is eindig. Laten we het niet onnodig laten
rekken door kwakzalvers.



Journalistiek

Filosofie Posted on Wed, July 06, 2016 16:05:55

JOURNALISTIEK

De journalist en columnist H.J.A. Hofland is overleden. Zijn krant de NRC
besteedde daar grote aandacht aan. Lovende woorden bereikten ons, een monument
van NRC. Zijn politieke voorkeur was ambivalent als we de commentaren moeten
geloven. Een soort politicus zonder partij. Aan de ene kant behoudend, aan de
andere kant een romantische voorkeur voor het verzet. Badinerend, soms schrijvend over een geliefd plantsoenhuisje
waar hij zo aan gehecht was geraakt en door de apparatsjiks van de
plantsoenendienst veroordeeld was te verdwijnen, hier en daar opperend hoe het
beter zou kunnen in de wereld. Zijn boek Tegels
lichten
over door de vaderlandse pers toegedekte schandalen duidt op een
levensfase als de voorzichtige rebel in midlife crisis. Zonder meer een interessante
man op zoek naar het ware. Hij koos voor het
leven in de maalstroom, ver weg van zoiets als een klooster. Daar meende hij te
vinden wat hij zocht. De weergave was tegelijk het wezen. Beladen met een scherp waarnemingsvermogen
voor het kleinste detail zag en schiep hij de wereld.

Ik kom hier allemaal op omdat Frits Abrahams ook iets anders wist te melden. Theo van Gogh had enkele
dagen voordat hij werd vermoord over Hofland bericht dat die zich in de oorlog
als vrijwilliger bij de Duitse SS had gemeld, maar was afgekeurd omdat hij te
klein was. Hofland is van 1927 en op het eind van de oorlog 17 of 18 jaar oud. Het
zou dus kunnen. Het moest wel een verzinsel zijn, toch heeft Hofland het zich
zijn leven lang aangetrokken. En dan doet zich iets merkwaardigs voor.
Want waarom zou Hofland zich dat aantrekken? Daar zijn verschillende
verklaringen, beter gezegd veronderstellingen voor. Allereerst dat Theo van Gogh
gelijk had. Het ligt voor de hand dat zoiets verontwaardigd van de hand wordt
gewezen. Het voetstuk zou hem dan ontvallen. Abrahams noemde het karaktermoord. De kans dat Theo van Gogh het verzon is
zeker niet uit te sluiten. Alleen, waarom zou Van Gogh dat doen? Hij was toch niet
helemaal op zijn achterhoofd gevallen. Misschien is de verklaring dat Van Gogh
Hofland een lesje wilde leren hoe je met een enkel woord de wereld kunt vervormen
of misvormen. Misschien veroordeelde hij Hofland als de gezaghebbende, maar ook
regenteske beoordelaar naar wie men moest luisteren.

Als het niet waar was wat Van Gogh beweerde blijft er voor
de onrust bij Hofland tot diens dood toe maar één verklaring over, namelijk dat
Van Gogh hem in dit geval de baas was geweest in het kleuren van de wereld.



Angst

Filosofie Posted on Fri, March 11, 2016 15:43:28

VROUWENDAG

In
wat voor wereld leven wij? Kort geleden moest ik vernemen dat het de
volgende dag vrouwendag zou zijn. Het heeft een paar dagen geduurd voordat ik bekomen was
van de schok. Wat hing mij nu weer boven het hoofd? Dagelijks word ik gekweld
door de belastingdienst, caritatieve bewegingen die mij geld uit de zak
proberen te kloppen, predikers aan de deur die beweren het beste met mij voor
te hebben, de medische en farmaceutische sector die mij bestoken met ziektes die
ik zou kunnen hebben, waar vind ik eindelijk rust? En nu dit weer! Achter zo’n
instelling moet de stille boodschap zitten dat ik in gebreke ben. Want anders
zou er wel mannendag bestaan. Het leven wordt er niet leuker op. Om mij te
bevrijden van mijn angsten heb ik als verstandig mens mijzelf tot de orde
geroepen om mij niet te laten meeslepen door zulke sombere gedachten. Waarom zo
negatief? Kan er geen goede bedoeling achter zitten? En ik ben bij mijzelf te rade
gegaan om te bewijzen dat ik een nar ben en vrouwendag heel zinvol is. Ik zal
hieronder verslag doen van dat onderzoek.

Misschien is
vrouwendag een gezamenlijke schuldbeleving voor wat de zwakkere is aangedaan. Zoals
ook dierendag oproept het dier te beschermen, te behoeden voor aanslagen op een
dierwaardig bestaan. Het moeten dagen zijn bedoeld voor schepselen die in de
verdrukking zitten, die zich niet kunnen verweren. Het zijn dagen om misstanden
aan de kaak te stellen. Het is iets anders dan een herdenkingsdag. Die is
bedoeld om een volk bij elkaar te houden. Moederdag hield vroeger in dat moeder
één keer per jaar niets hoefde te doen. De kinderen brachten ontbijt op bed,
dekten de tafel en zorgden misschien ook nog voor het eten. Wie het bedacht
weet ik niet, maar het bracht kinderen besef bij dat alles niet vanzelf gaat. Misschien
kwam vader daardoor in de verdrukking en is ook vaderdag bedacht. Maar dat moet
een commerciële uitvinding zijn, want het geschiedde in de dagen dat moederdag allang
was verworden tot het ontvangen van alleen maar cadeaus. En dan komen we op de
vraag hoe zich dat allemaal verhoudt tot de verjaardag? De verjaardag herbergt
toch alles in zich waar dat soort dagen voor bedoeld lijken te zijn? De jarige
wordt niet vergeten, hij of zij krijgt cadeaus en hoeft de hele dag niets te doen.
Waarom dan nog moederdag en vrouwendag? Ik
kan mij voorstellen dat vrouwendag bedoeld is om aandacht te vragen voor
misstanden, vrouwenbesnijdenis, geen kiesrecht, gedwongen huwelijken, kindhuwelijken, eerwraak en ga zo maar door. Op die wijze kan vrouwendag gezien
worden als een poging tot het oplossen van misstanden, zoals ook het
vluchtelingenprobleem een oplossing verdient. Alleen, geldt dat ook voor de
beschaafde wereld? Zo te zien houdt vrouwendag daar niet op. En dan lijkt het
op overvragen. De vrouw mag minder verdienen dan de man, aan hoge posities in
het bedrijfsleven mankeert het ook, daar staat veel tegenover. De vrouw leeft vele
jaren langer dan de man en dat moet te maken hebben met haar beschermde
positie. In dat licht bezien lijkt vrouwendag op het probleem van de ingebeelde
zieke, de onvrede met het bestaan, het elkaar aanpraten dat het leven zo slecht
is. Ledigheid is des duivels oorkussen, misschien speelt de vrouwenbeweging voor
duivel.

Rest nog de vraag
of ik na dit onderzoek mij heb kunnen bevrijden van mijn angst dat ik in
gebreke ben. Dat niet helemaal, want ik heb niemand om bij aan te kloppen.



Onbegrip

Filosofie Posted on Wed, April 22, 2015 14:40:17

EEN OPZICHTIGE JOOD OF HET VRIJE
WOORD

“Wat vindt u
van Bram Moszkowicz?

“Ik vind hem
een opzichtige jood.”

“Wat! Hoe
kunt u dat nu zeggen?”

“Hoe bedoelt
u dat?”

“Wel, dat
hoef ik u toch niet uit te leggen. U deelt toch onze afkeer van wat er vroeger
is voorgevallen. Voor en na de oorlog.”

“Ik zie het
verband niet.”

“Uw manier
van spreken herinnert aan de wijze waarop ook in ons land over landgenoten werd
gesproken en waarvoor wij ons na de oorlog diep schaamden.”

“Ik zie het
verband nog steeds niet.”

“Begrijpt u
dan niet hoe uw opmerking dat afschuwelijke verleden weer kan oprakelen?”

“Neen, dat
begrijp ik niet.”

“Hoeveel
mensen zullen zich wel niet aangesproken voelen?”

“Anderen dan
Bram Moszkowicz?”

“Ja,
anderen. Al die mensen die de oorlog overleefd hebben en waarvan het overgrote
deel van hun familie in de gaskamers is omgekomen.”

“Maar waren
dat allemaal opzichtige joden en wat heeft dat met Bram Moszkowicz te maken?”

“Neen, niets
natuurlijk. Maar waar het om gaat is natuurlijk de angst voor de aanzetting tot
haat, zoals dat vroeger is gebeurd.”

“Dus de
vermelding van iemands geloofsrichting moet achterwege blijven als het als een
minder gunstige karakterduiding kan worden opgevat? Zoals ook het woord ‘neger’
uit het woordenboek wordt geschrapt? Dit op straffe van het aanzetten tot
haat?”

“Het gaat
er natuurlijk om in welk verband het wordt gezegd en tegen wie.”

“Toch klopt
het niet. Om terug te keren tot het voorbeeld van Bram Moszkowicz. Hij is jood
en komt er op de televisie nadrukkelijk voor uit. Sterker nog, hij doet er
meermalen een beroep op om zijn houding te verklaren. Daarnaast staat vast dat
hij pronkzucht vertoont, zijn voormalige kantoorgebouw was uitbundig versierd. Het lijkt erop of het zich vooropstellen om jood te
zijn een afweer moet vormen tegen mogelijk ongewenste aanvallen. Waar een ieder
van onverdachte huize uitgemaakt mag worden voor wat niet al, daar is een lid
van een kwetsbare etnische groep of geloofsrichting bij voorbaat van ongewenste
kritiek gevrijwaard, ook al betreft het een spontane beoordeling.”

“U ziet het
te somber in, als ik het zo zie. U vergeet echter dat het noemen van dingen bij
de naam in strijd kan komen met een eigen verantwoordelijkheid.”

“In strijd
met een eigen verantwoordelijkheid?”

“Ja, of
misschien druk ik mij niet goed uit. Het noemen van de dingen bij de naam kan
men zich niet altijd veroorloven. Het zijn de omstandigheden die bepalen wat er
wel en wat er niet gezegd kan worden.”

“Ik kan dus
onder de huidige omstandigheden Bram Moszkowicz geen opzichtige jood noemen?”

“Neen, net
zo min als u uw buurman zou kunnen bestempelen als een kortzichtige
mohammedaan.”

“U bedoelt
dat een kortzichtige mohammedaan niet bestaat? En wat vindt u van de man die
zegt ‘noem mij geen moordenaar, anders maak ik jou dood’?”

“U legt mij
woorden in de mond die ik niet gezegd heb.”

“U zegt het
niet, maar wat zegt u wel?”

“U blijft
een slecht verstaander. Nogmaals, het zijn de omstandigheden die bepalen wat er
wel en wat er niet gezegd kan worden.”

“U geeft er
de voorkeur aan dat de dingen niet gezegd worden? Tenminste dat beluister ik in
uw redenering. U zet zich immers vooral af tegen wat er wel gezegd wordt.”

“Nu beticht
u mij ervan aanhanger te zijn van valse voorstellingen van zaken. U doet mij
onrecht. Ik probeer de zaken zo voor te stellen dat tegenover elkaar staande
partijen geen aanstoot aan elkaar hoeven te nemen.”

“Dat kan
alleen maar als u een groot deel van de werkelijkheid verzwijgt. Wat schieten
we daarmee op? U schept voor de korte tijd rust terwijl er niets wordt
uitgeproken. Wat beoogt u daarmee?”

“Begrijpt u
dat dan niet? Wij beogen begrip voor elkaars standpunt op te brengen.”

“Wat? Voor
standpunten die onuitgesproken blijven? Standpunten kunnen alleen ingenomen
worden in een wederzijds gesprek.”

“Die
standpunten zijn vooraf bekend. Dat kan iedereen vinden in de wederzijdse
media.”

“Dat bedoel
ik niet. Het gaat om het ontwikkelen van een standpunt als reactie op dat van de
ander. Het al bekende standpunt van de ander kan alleen dienen als vertrekpunt.
Het gaat erom zich te kunnen inleven in de wereld van de ander. Aan de hand
daarvan kan tot een eigen standpunt worden gekomen en vervolgens misschien tot
een vergelijk.”

“En u denkt
dat dat het noemen van de dingen bij de naam dat mogelijk maakt? U vergeet en miskent de ondoorzichtigheid van de besluitvorming om een groep te besturen. Een rationele
grondslag zou rekening moeten houden met alle belangen en de afweging daarvan
kan alleen maar door weinigen worden begrepen. Laat staan dat er een offer voor
gebracht zou moeten worden als het in een persoonlijk nadeel zou uitvallen.”

“U hebt mij
overtuigd.



Aardrijkskunde

Filosofie Posted on Sat, February 14, 2015 15:39:23

MEKKA
LIGT IN EUROPA

Volgens de
schrijver Abdelkader Benali in NRCDEWEEK van maandag 26 januari 2015 zou de
Franse schrijver Michel Houellebecq in een interview met Le Figaro gezegd hebben:
“Mensen kunnen niet zonder God leven. Dan word het leven ondraaglijk.” Benali
vermeldt dit als kennelijk verweer voor zijn onbetamelijke gedrag als puber op
school, waar hij de fatwa tegen Salman Rushdie verdedigde wegens belediging van
de profeet.

Dit lezende
moet ik allereerst opmerken dat het mij wederom moeilijk valt aan te
nemen wat ik vaak moet horen, namelijk dat de islam vredelievend is en geen
mensen wil doden. Voorts meen ik dat Benali de uitspraak van Houellebecq
verkeerd opvat. Benali ziet het als rechtvaardiging, als vergoelijking voor wat
hij nu schoorvoetend toegeeft, verkeerd gedrag. Immers zijn behoefte aan god
was er de oorzaak van. Het is een rechtvaardiging zoals de dief die brood
steelt omdat hij niet te eten heeft.

Helaas voor
Benari denk ik dat Houellebecq geen medestander is. Wie diens boek ‘Soumission’
heeft gelezen ontkomt niet aan de ondertoon erin. En dat is het wegkijken om
geen stelling te hoeven nemen tegen een verontrustende ontwikkeling. Immers het
leven is al zwaar genoeg. Dat mensen niet zonder god kunnen is in dat
licht bezien alleszins begrijpelijk. Zonder god wordt de verantwoordelijkheid
te zwaar. Schuld hoopt zich op als een ondraaglijke last. Met een god komt
alles in het reine, kan absolutie verkregen worden.

Abdelkader
Benali is in de valkuil gevallen die Houellebecq heeft opgezet. De mensen
willen geen verantwoordelijkheid en daarom geloven ze in god. Benali meent
absolutie te kunnen krijgen op grond van een uitspraak die ironisch bedoeld is. Zo
troost Benali zich met een fopspeen.

Het is
zonneklaar dat dit geen goed middel is om uit de identiteitscrisis te geraken
waarin hij verkeert. Want dat hij daarin verkeerd is wel zeker. Hij schrijft: “Sinds
11 september 2001 twijfelden ook heel veel Europese moslims waar ze bij horen.
Horen ze bij het Parijs van Voltaire of het Mekka van Mohammed! Dat is de
verkeerde vraag. De moslims zijn net zo Europees als de Roma, homoseksuelen,
intellectuelen, boeren en fabrieksarbeiders. Wij zijn al eeuwen in Europa en
politici en pers moeten eens ophouden te doen alsof wij gisteren zijn
aangekomen. We zijn hier en blijven hier.”

Wat mij
betreft mag Benali blijven als hij geen rotzooi trapt. Maar dat moslims al eeuwen
in Europa zijn kan ik alleen maar aannemen als hij bewijst dat Mekka in Europa
ligt.



Religie

Filosofie Posted on Fri, January 23, 2015 21:48:12

INKEER

Ik lees in NRC DEWEEK van maandag 19 januari j.l. een artikel van de oud-docent levensbeschouwing Hendrik Gommer. Door
een liberale moslim kwam
hij tot inkeer. De fatwa van ayatollah Khomeiny over Salman Rushdie
was niet het bewijs dat religie een bron van haat is. Was de tweede wereldoorlog
soms door religie ontstaan? En de Rote Armee Fraction in Duitsland? De
treinkapingen door Molukkers? De politionele acties van de Nederlanders in
Indonesië?

Ik ben bang dat deze oud-docent levensbeschouwing over
het hoofd ziet dat moordenaars verschillende motieven kunnen hebben. In een debat
of religie aanzet tot haat, tot moord, heeft het geen zin te verwijzen naar andere
moorden met andere motieven. Waar het om gaat is en blijft de vraag naar het
hoe en waarom mensen uit naam van een religie moorden willen
begaan.

Goed beschouwd was het oorspronkelijke christendom niet meer dan een leerschool
om met zichzelf in het reine te kunnen komen, verlost te worden van het kwade dat in
een ieder steekt. Er waren geen leiders en volgelingen. Jezus Christus was een
leraar die zijn leerlingen onderwees hoe de aandriften te beheersen. Echter tussen
leraar en leerling en een leider met volgelingen bestaat
een groot verschil. Een leraar probeert zijn leerlingen te onderwijzen hoe zich
een eigen oordeel te vormen. Een leider wijst de weg en grijpt in als er iets verkeerd
gaat. Wat er verkeerd gaat bepaalt de leider.

Het grote verschil is dat een
leraar macht wil overdagen maar een leider niet. Die wil sturen en zonder
macht kan hij niet sturen. Een ander kenmerk van leiderschap is dat volgelingen
geen andere verantwoordelijkheid dragen dan die welke de leider van ze
verlangt. In de islamitische religie wordt er vele malen per dag geknield met geen ander doel dan te
laten zien dat men zich onderwerpt. In de katholieke kerk komt dat knielen ook
voor. In het protestantisme niet, althans minder.

Met volgelingen die zich onderwerpen ontstaat een
ontzagwekkende macht. Maar daarmee ook angst om die kwijt te raken.
Hoe kan men die kwijtraken? Dat laat zich raden. Bijvoorbeeld door een boek
van Salman Rushdie of een blaadje zoals Charlie Hebdo. Voor die schrijvers en
tekenaars is het apekool wat die leiders beweren. Zij laten dat in woord en tekening zien.

Geen wonder dat de leiders zich bedreigd voelen. Zij voelen
zich op dezelfde wijze bedreigd als het Joodse rabbinaat door Jezus Christus. Die
leiders worden gedwongen een fatwa uit te spreken, want zonder fatwa
verdwijnt hun gezag.

Het kenmerk van religie is een onzichtbare macht die
volgelingen menen te zien in de persoon van hun leider. Die hogere macht is onverenigbaar
met onze democratie, ons staatsbestel van scheiding van kerk en staat. Een
echte religie onderwerpt zich niet aan een democratie met een dergelijk
staatsbestel. Een echte religie erkent uitsluitend een staatsbestel dat zich
onderwerpt aan de religie, zoals dat vroeger voor de verlichting ook in het
westen bestond. De islam wil het kalifaat als staatsbestel.

Hendrik Gommer schrijft: ‘De discussie over religie als
onafhankelijke entiteit is nogal onzinnig. Laten we eerst beginnen met vast te
stellen wie de mens eigenlijk is, dan volgt het antwoord op de vraag naar de
ware aard van de religie zelf’.

Hierover kunnen drie dingen gezegd worden. De vraag wie
de mens eigenlijk is kan niet beantwoord worden. Daarvoor zijn de mensen te
verschillend. Er zijn leiders en volgelingen, maar dat is lang niet alles. In
de tweede plaats is discussie over religie in het geheel niet onzinnig. Religie
is een macht waar de wereldlijke macht geen invloed op heeft. Voor de rest
bestaat de religieuze beleving uit niet meer dan een vorm van traditionele cultuur.
Die cultuur is geen enkel gevaar. De religie daarentegen wel. Die is
gevaarlijk omdat het zich wil bewijzen boven alles en iedereen. Voorzover
islamaanhangers beweren dat hun religie vreedzaam is bedoelen zij hun cultuur. Een
echte religie is nooit vreedzaam. Zelfs het protestantisme niet.

Om nogmaals Hendrik Gommer te citeren: ‘Religie kan zo als
een versterker voor de menselijke emotie werken. Dankzij de groepsbinding kan
een mens tot samaritaan worden, dankzij de groepsbinding kan hij ook de moed
opbrengen om een zelfmoordaanslag te plegen.’

Het is allemaal goedbedoeld neem ik aan. Maar die
samaritaan heeft niets met godsdienst te maken. Dat is gewoon naastenliefde,
waarvoor een verwijzing naar een onzichtbare macht helemaal niet nodig is. Die
zelfmoordaanslagen, dat is andere koek. Daar kom je niet zelf op. Die jonge
mensen die dat doen hebben helemaal geen motief. Ze worden iets opgedragen dat
ze uitvoeren zoals circusdieren dat doen en dan een suikerklontje krijgen. Dat
een suikerklontje niet doorgaat is geen probleem want ze hebben nergens meer
last van. Ik kan dit met de beste wil van de wereld geen moed noemen, zoals
Hendrik Gommer ons wil doen geloven. Echte moed bestaat bij de gratie van eigen
overtuiging en deze mensen hebben geen overtuiging.

Het grondrecht vrijheid van godsdienst dient te worden vervangen door vrijheid van levensbeschouwing. Niet meer dan dat.



Kerstmis

Filosofie Posted on Thu, December 25, 2014 13:03:56

De kerstboodschap van Herman Wijffels

In een uitzending van de IKON op NPO 2 woensdag 24
december 2014 zag ik een vraaggesprek tussen Annemiek Schrijver en Herman
Wijffels. Wijffels zag licht in de duisternis. De duisternis was het verkeerde
beeld dat nagejaagd werd en hierin kon je de bankier herkennen die tot inkeer
was gekomen. Wijffels, een godvruchtig mens, dacht dat er een ommekeer zou komen.
Waarin niet het eigenbelang maar de mensheid telde. Ik vertel het nu in mijn
eigen woorden, maar dat was de indruk die van zijn woorden overbleef. Ik
schrijf erover omdat Annemiek Schrijver op zeker ogenblik de vraag stelde of er
niet een leider moest zijn. Eerder had zij het gehad over een herder. Zo te
zien overviel de vraag Wijffels. Zijn reactie was terughoudend. Zijn eigen
ervaring met leiderschap moest hem parten spelen. In de hem bekende bankwereld
wordt veel aan leiderschap gedaan. Wijffels moet gedacht hebben ‘die kant
moeten we niet op’. Zelf dacht ik dat Annemiek Schrijver zich vergiste of niet
goed had opgelet. Want Wijffels had het gehad over veranderingen die niet van
boven af opgelegd worden maar uit jezelf voortkomen. Als de geest der mensheid
tot wasdom komt zal dat de richting aanwijzen. Zo heb ik de woorden van
Herman Wijffels begrepen.

Vele jaren geleden stond ik als adviseur de grondlegger
van het befaamde Instituut Schoevers bij. Bij de keuze van de beheerders van de
verschillende vestigingen telde behalve het vakmanschap voor hem maar één ding.
Hij of zij mocht niet hebzuchtig zijn. Het instituut mocht daar niet ten prooi aan
vallen. Het is anders gelopen. Zijn laatste vazal wist de gewraakte
karaktereigenschap goed te verbergen en na de dood van de grondlegger
veranderde het wezen van dit eertijds zo befaamde instituut volledig.

Ook heden ten dage met de financiële crisis en andere
rampspoed in gedachten blijkt dat het hemd nog steeds nader is dan de rok. Alleen
heel grote rampen kunnen de ogen openen, te vrezen valt wanneer het te laat is.
De terughoudendheid van Wijffels over het door Annemiek Schrijver geopperde
leiderschap was veelzeggend. Want Wijffels als gezaghebbend bankier weet waar dat
op uitdraait. Wijffels had het over collectieve inkeer en Annemiek Schrijver
over leiderschap. Wijffels zag daarin geen overeenstemming en ik denk terecht. Met
het zicht op de bijbel zal Wijffels bedoeld hebben geen leider nodig te hebben maar
wel een profeet.



Wie betaalt de rekening?

Filosofie Posted on Fri, February 28, 2014 13:14:54

WAAROM
GROEI?

Economen
hebben het over groei. Het is een toverwoord voor politici. De president
van Frankrijk, François Hollande, dacht hiermee zijn verkiezingsbeloften te
kunnen inlossen. Angela Merkel moest ophouden vast te houden aan bezuinigingen.
Sterker nog, met een beroep op de solidariteit moesten verkwistende zuidelijke
landen door middel van euro-obligaties geld kunnen blijven lenen, waarvoor
zuinige noordelijke landen moesten blijven instaan. Wie betaalt de rekening?

Groei zou
onmisbaar zijn voor de economie. Maar dat is het helemaal niet. Tenminste niet
als alibi, rechtvaardiging zou een te groot woord zijn, om meer geld uit te
geven dan je hebt. Als er werkelijke groei is, dat wil zeggen dat iedereen
ieder jaar rijker wordt, geeft de financiering van dat tekort met die
toekomstige nieuwe rijkdom toch het resultaat dat wat je niet hebt verdiend
al eerder is uitgegeven. Zoals je van de bank elk jaar een schuld mag opbouwen
omdat je het volgend jaar meer verdient.

U begrijpt
al waar de schoen gaat wringen. Dat gaat misschien een tijdje goed, maar op een
gegeven ogenblik zegt die bank: ‘Hoho, laat eens kijken wat je hebt?’ en dan
moet je met je billen bloot. Wat was die groei eigenlijk? Zijn het meer
producten? Zijn het meer vorderingen die je hebt uitstaan? Zijn al die
vorderingen wel inbaar?

Het staat en
valt met het geloof van hem of haar die jou voor je ondernemingsplan geld wil
lenen. Moeten die noordelijke landen werkelijk geloven dat die zuidelijke landen
gaan groeien?

Er is ook
nog iets anders. Als groei betekent dat er met dezelfde arbeid meer producten
geproduceerd worden komen er inderdaad meer producten beschikbaar. In de
aanname dat de staatstekorten worden gedekt met groei betekent dit dat een jaar
te laat goederen geproduceerd worden die al eerder zijn verbruikt. Kortom het
verhaal van de lease auto, als je van je schuld af bent is de auto ook alweer
versleten en ben je weer terug bij af. Prima, zeggen de groei ideologen, zo
moet het ook, geld moet rollen.

Dit lijkt op
een wiskundige figuur die in werkelijkheid niet bestaat, zoals ook de
relativiteitstheorie alleen op papier bestaat. Al die gedachten op papier
maken dat het oog gesloten blijft voor de werkelijkheid. Want steeds meer
producten betekent uiteindelijk niets meer en niets minder dan verstikking en
vervuiling. In deze tijd, willen wij de planeet redden, moeten wij niet groeien
maar inkrimpen. Dat inkrimpen betekent verstandiger en langer met de bestaande
middelen omgaan.

Het gevolg
zal zijn dat iedereen minder verdient en om het hoofd boven water te houden zal
iedereen vindingrijker moeten worden om zichzelf te redden, harder werken en
minder feest vieren. Dat is geen aanlokkelijk vooruitzicht en daarom houden sommige politici dat ook maar liever voor zich. Daarmee is in feite alles gezegd over
hun geloofwaardigheid.

Als er
politici zijn die dit wel voor hun rekening durven nemen is er een troost. Op
den duur zal er evenwicht komen in de malaise en zelfs ook meer welvaart, omdat
alles goedkoper wordt, de mensen gelukkiger zijn met minder middelen en geen
kostbare tijd verspild wordt aan losbandigheid en verslaving.

‘Leuke
dingen voor de mensen’, zoals Den Uyl indertijd op de begroting wilde met de
opbrengsten van de aardgasbaten, blijken achteraf minder leuk te zijn. Als de
politiek onmachtig is hun kiezers een menswaardig lot te laten kiezen zal de
natuur ingrijpen en de rekening presenteren.

Eén vraag
blijft door mijn hoofd spoken. Wat hebben die groenen eigenlijk bij links te
zoeken?



« PreviousNext »